is toegevoegd aan uw favorieten.

Letterkundig magazijn van wetenschap, kunst en smaak, 1819 (Mengelstukken), no 7

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

M ENGELSTUK KEN.

waarom vervielen de beeldende kunsten te gelijk met de invoering des christendoms ?

Zeer gewoon is de opmerking, dat de beeldende J kunften in hetzelfde tijdvak ter nederzonken, jn hetwelk het Christendom algemeen werd; en zeer na» tuurlijk is derhalve de vraag: „ Lag de fchutd hiervan bij het Christendom, of bij de toenmaals heerfchende tijdsomflandigheden ? "

Ontegenfprekelijk heeft het denkbeeld van eenen eenigen, onzigtbaren, volmaakten VVereldbelluurder, iets groots en verhevens, inzonderheid indien het door het geloof aan eene Openbaring van al het onzekere, twijfelachtige, gezuiverd wordt; maar den zinnelijken mensch. kan dit denkbeeld niet bezielen; ook kan zulk eene Godheid door de hand des kundenaars niet voorgefteld Worden; waar, daarentegen, bij een volk, bij hetwelk groote mannen en helden eerst als gunltelingen der Godheid, naderhand als de Godheid zelve btfchouwct werden, en men nu fpoedig hunne zwakheden en hunne lotgevallen aan de Godheid zelve toefchreef, daar levert zulk een Godsdienst weldra duizend voorwerpen voor den beitel en het penfeel des beeldenden kunftenaars. Hartstogten, zegt plato, zijn vleugelen der ziele, en juist de hartstogtelijke uitdrukking gaf geest aan het kunstwerk. Het karakter van den'kunftenaar Werkte ook op het voorwerp, en zoo vormde de bloot zinnelijke kimftena&r de ontgorde venus (venus disoipcta), in de Villa Borghefe, terwijl de kunfteriaar, die meer gevoel voor hopgere liefde had, de befchaani* le venus (venus pudka) fchiep.

Daar, waar aan Ioniens fchoone kusten, zonder door borgen en drukkenden arbeid verzwakt of misvormd te gorden, de menfcheüjke gedaante de fchoonlie evenredigheid behield, daar, waar maagden en jongelingen 2ich_ vereerd vonden, den kunftenaren tot voorbeelden te dienen, daar bereikten ook deze kunstwerken hunne meng. i8ip. no. 7. T hoog-