Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

954

plaatsbepaling door middel van

zoo luid mogelijk hoort en blijft daardoor in het vaarwater. Een blik op het diagram leert ons echter dat in de buurt van dit maximum een verschil in peiling van 10° slechts een zeer geringen invloed heeft op de ontvangsterkte (hier opgegeven als 3%). Het juiste maximum zal dan ook waarschijnlijk slechts door zeer be¬

kwame waarnemers en dan nog vrij onnauwkeurig kunnen worden bepaald. In verband hiermede zou het wellicht beter zijn de as van het vaarwater in de richting CD te leggen. Men moet dan zoo manoeuvreeren dat men het sein niet of op zijn zwakst hoort. Maar ook dan zal de plaatsbepaling slechts een betrekkelijke waarde hebben. Waar echter bij mist of

anuer siecin zicnu aiie andere methodes van plaatsbepaling falen (behalve die door geluidseinen), kan een dergelijk stel radiobaken, als geleidebaken, zeer zeker zijn nut hebben, al zal een zuiver gebruik er van niet zoo gemakkelijk zijn. Ik gebruik hier het woord „radiobaak" als vertaling van het Fransche „radiophare", dat eigenlijk het gronddenkbeeld beter uitdrukt. Mooi is het woord niet, ik geef het dan ook gaarne voor beter.

Fig. II.

Dat een luchtnet van dezen vorm door zijn richtkracht ook andere voordeelen heeft, ligt voor de hand. Waar deze echter niet met ons onderwerp te maken hebben, zullen wij er hier niet verder over spreken.

Laat ons nu eens zien hoe Bellini en Tosi een luchtnet volgens deze denkbeelden samenstellen.

Men begrijpt dadelijk, dat men een luchtnet als in Fig. I geteekend is, niet in zijn grondtoon kan laten slingeren, daar de lengte van den draad volgens deze figuur gelijk is aan l en

Sluiten