Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

966 FREQUENTIES DER VERSCHILLENDE WINDSNELHEDEN

Aanleiding tot bovenstaande regelen vond ik in het redactioneele artikel „Marineblad" December 1912, waar op pag. 820 staat :

„ Met het oog op het veelvuldig heerschen van winden van een kracht 6 in de Noordzee etc", terwijl even te voren over een windkracht 6 a 7 gesproken wordt.

Hoe dikwijls komt in de Noordzee op onze kust nu wel een windkracht 6 a 7 of meer voor?

Het antwoord geven 250000, gedurende vele jaren verrichte, ouderling goed overeenstemmende 6 X daagsche windwaarnemingen der Nederlandsche lichtschepen.J) Na eenige afronding en reductie op 10000 voor het eenvoudiger overzicht, vinden wij de volgende frequentie der verschillende windsnelheden.

Stil 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 0-10 300 1480 2420 2330 1510 910 560 280 130 50 30 10000

In totaal dus 1050 malen een wind van 6 — 10 Beaufort op 10000 waarnemingen, dus + 10.1%.

Onder die windschattingen schuilen natuurlijk onder- en overschattingen, zoo mogen we aannemen, dat er onder het aantal voor windkracht 5 ook van 6 schuilen, en omgekeerd.

Hiervoor is eene correctie in te voeren, die we alleen bij windkracht 5 en 6 behoeven toe te passen.

Het aantal malen, dat windkracht 5 is geschat, bestaat uit een overwegend aantal malen dat de windkracht werkelijk 5 was en een zeker aantal malen 4 en 6, die wij als gelijk en ieder voor 1/5 van het totaal aannemen; eene correctie die eerder te groot dan te klein zal zijn. Onder die 910 voor windkracht 5 schuilen dus 182 malen windkracht 6, onder de 560 voor windkracht 6, 112 malen windkracht 5; we komen na deze correctie tot 1085 maal windkracht 6 — 10 Beaufort op 10000 waarnemingen, dus 10.8 %.2)

Het wil mij voorkomen, dat in het onderhavige geval „veelvuldig" eene wel wat sterke uitdrukking is geweest; het is natuurlijk mogelijk dat de door mij aangehaalde en der redactie bekende bron ook door haar is geraadpleegd, wij hechten dan eene verschillende beteekenis aan het woord veelvuldig.

10.1 of 10.8 °/0 was zeker een duidelijker term.

Indien we aannemen dat pas na drie op elkaar volgende

1) Kon. Ned. Met. Instituut. Mededeelingen en Verhandelingen. 13a,b,c. Das Klima des südóstlichen Teiles der Nordsee, unweit der Niederlandischen Küste. Zie ook 4de afl. „Marineblad" 1 Oct. 1912, pag. 649 e v.

2) Nemen we windkracht 5 ook in de rekening, dan blijkt het na toepasssing van bovenstaande correctie, dat 21o/0 bij 5—10 Beaufort voorkomen.

Sluiten