Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

volgens de beaufort schaal of onze kusten.

967

waargenomen windkrachten 6 Beaufort of meer voor onze torpedobooten een ruwe zee ontstaat en onderstellende, dat de 1085 hierboven genoemde windkrachten alle juist in groepen van 3 opeenvolgende krachten 6 of meer voorkwamen, krijgen

_ 10000

we 362 dergelijke groepen. Deze zijn dan verdeeld op —^— =

= 1666 waarnemingsdagen en de kans dat een etmaal ongunstig

362

zoude zijn voor torpedobootwerk op onze kust is dus j^qq of 21 %.

Het is echter duidelijk dat die waargenomen groote windkrachten niet zóó in groepen van juist 3 waarnemingen voorkomen ; nu eens is het er maar één, dan weer een vee! grooter aantal.

Voor het lichtschip „Haaks" is door ons nagegaan voor een tijdperk van 19 jaar hoeveel malen die groote windsnelheden 6-10 Beaufort per etmaal in groepen van 3 of meer achtervolgende waarnemingen voorkwamen.

Maandsgewijs gerangschikt vonden we:

Jan. Febr. Mrt. April Mei Juni Juli Aug.

Aantal dagen . 589 537 589 570 589 570 589 589

malen . 113 81 77 30 20 18 22 41

19«/0 15% 18 0/c 5% 3% 3% 4% 7%

Sept. Oct. Nov. Dec. Totaal

Aantal dagen . 570 589 570 589 6935

malen . 45 96 99 129 771

8% 16% 17% 22% 11%

Bij het lichtschip „Haaks" hebben we dus in Januari, Juni, December of per jaar 19, 3, 22 en 11% kans om een ongunstig etmaal te treffen voor torpedobootwerk.

P. H. Gallé.

Wij zijn den Heer Gallé zeer dankbaar voor zijne opmerking.

In de eerste plaats is zij eene treffende illustratie van het directe nut, dat te trekken is uit de door het Koninklijk Meteorologisch Instituut met zooveel zorg behandelde en gerangschikte waarnemingen.

De Heer Gallé toont ons uit deze statistieken aan, dat gemiddeld - over het geheele jaar - 10.8 % der waarnemingen een windsnelheid 6 a 10 geeft.

Uit het tabelletje is tevens te zien, dat in de maanden October, Nov., Dec, Jan., Febr. en Maart, dus in het winterhalfjaar, de waarschijnlijkheid dat een etmaal voor torpedobootwerk ongunstig is, circa 17% is.

Sluiten