Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

102

DE VEREENIGDE TIJDSCHRIFTEN

in Messchaert's uitbeelding een Christus in de Matthaeus-Passion, zooals wij er wellicht nooit meer een zullen beleven.

Dit voorbeeld, dit hooge kunstenaarschap na te streven moest het geheele trachten van de jonge zangersgeneratie zijn. Maar hoe kan dit geschieden ? Slechts door uit te gaan van het erkennen, dat het in de eerste plaats voor allen noodzaak is, zich op het gebied der zangtechniek los te maken van het materialistische en mechanische, dat over 't algemeen onze theorie van den zang nog angstwekkend overheerscht. Bij den armen zangleerling wordt immers gewoonlijk door de meest nauwkeurige uiteenzetting der werking van ieder orgaan afzonderlijk met afbeeldingen en discussiën, gecompliceerde register-leer, voorschriften hoe met de verschillende spieren te werken het complex van zijn waarnemingen en voorstellingen bij het zingen kunstmatig uitelkaar gehaald en verscheurd. Zijn aandacht wordt gevestigd op louter details en een eenheidsopvatting van den klank en van de zanglijn wordt hem ontzaglijk bemoeilijkt.

Bij het onderwijs in den zang staat niet op den voorgrond de werking van het spierapparaat, maar de vorming en ontwikkeling van de klankvoorstelling als geheel, die voortkomt uit de gewaarwordingen van de bij het zingen betrokken zinnen. Alle oplettendheid moet voor alles bewust en concentrisch op dezen psychischen kant van het gebeuren gericht zijn.

De techniek van den zang moet ophouden een materieel begrip te zijn, —• zij moet een geestelijk begrip worden, zooals zij het was voor Messchaert. In de plaats van het versnipperende nagaan van de afzonderlijke functiën bij het zingen moet het vereenvoudigde streven naar een psychisch geheel komen. De psychologie der techniek van den zang is de taak van de toekomst.

Dit is het, wat Messchaert aan onzen

en aan den komenden tijd gegeven heeft als basis voor de ontwikkeling van den zang en de zangkunst. De zuivere geestelijkheid van zijn kunst, die hem zelf zoo hoog boven de zangers van onzen tijd verhief, moet ons allen de innerlijke richting aangeven.

Wat was nu zijn zending naar buiten in de geschiedenis der zangkunst, waarover wij in den aanvang spraken?

Messchaert stond als zanger in een tijdperk, waarin twee theorieën met volle kracht tegen elkander botsten. De geschiedenis van de zangkunst toont den beschouwer sedert het begin van de 17de eeuw het strijdperk van twee hoofdrichtingen. De eene opvatting, dat de stem een muzikaal instmment is en de ontwikkeling der stem dus een instrumentaal karakter moet dragen, staat tegenover de opvatting, die het best met deze korte formule te omschrijven is: „zingen is een intensiever spreken". Door Wagner's werk, door zijn eischen aan de zangers werd het strijdgeroep: „Italiaansche methode!" Duitsche methode!" een wild tumult.

Het is voor den onbevangen beschouwer altijd moeilijk over zulk een strijd een juist oordeel te vormen. Hoe scherper de partijen gescheiden zijn, terwijl elke partij haar standpunt grondig versterkt en verdedigt, des te meer zullen hun gevolgtrekkingen winnen aan bewijskracht. Wanneer zulk een strijd op theoretisch gebied moest worden uitgevochten, dan zou hij waarschijnlijk niet kunnen worden bijgelegd. Maar zie — Messchaert's zingen werd er het levend bewijs van, dat die verbitterde strijd op het gebied der zangkunst alleen daarom bestond, om de beide kanten van de ééne zaak in des te helderder licht te zetten — om een des te inniger verbinding van beide voor te bereiden. Messchaert heeft de moderne zangkunst door zijn voorbeeld het doel gewezen, waarnaar zij streven moet. Dit doel is de samensmelting der beide rich-

Sluiten