Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

CAECILIA EN HET MUZIEKCOLLEGE

45

en in het Noorden van ons land zijn geheel op zichzelf aangewezen, terwijl de Haarlemmers die op twintig minuten afstand van Amsterdam wonen gelegenheid genoeg hebben van het Amsterdamsche orkest te genieten. Zeer juist, edoch het zijn alleen de meer welgestelde Haarlemmers die als lid van de Bach-concerten het Concertgebouw en het Residentie-orkest kunnen hooren; de minder bedeelde Haarlemmers zijn er wat orkestmuziek betreft geen zier beter aan toe dan de Maastrichtenaars, wanneer men het orkest van Gerharz opdoekt. En hoe goed is dat orkest geworden onder zijn bekwame lei¬

ding ! Nog onlangs ben ik in de gelegenheid geweest het Haarlemsche orkest te hooren; de uitvoering van Saint-Saens' derde symphonie heeft mij toen een niet gering denkbeeld gegeven van de capaciteiten van dit orkest, dat waarlijk de steun en de medewerking van allen die medewerking geven kunnen dubbel en dwars verdient. En met een betrekkelijk klein bedrag zou het Bestuur van het ensemble al tevreden geweest zijn! Nu de kans voor dit jaar, op steun van het Rijk verkeken is, moeten de Haarlemmers zelf maar de handen ineenslaan of in oud-Hollandsch gezegd: botje bij botje leggen.

NederlandscheToonkunstenaars-Vereeniging

OFFICIEEL ORGAAN

Bericht aan de Leden.

De Penningmeester, de heer A. H. Amory, bericht den leden, die hun contributie over het vereenigingsjaar 1924—25 nog niet betaalden, dat hij in den loop van December per Geldersche CredietVereeniging over het bedrag zal beschikken.

Eenige opmerkingen over de resultaten der laatste Examens.

(Slot).

Gebrek aan intelligentie was ook bij de Solozang-candidaten dikwijls een factor ten hunnen nadeel bij overigens misschien voldoende zangcapaciteiten. Verscheiden dames gaven bewijzen, niet te weten wat zij zongen en de ongeloofelijkste vertalingen werden ten beste gegeven van de gedeclameerde verzen, („éternellement" = „langzamerhand" en dergl). Het treurige resultaat — 4 gediplomeerden van de 17 — moet voor een deel hieraan worden toegeschreven.

Bij Piano M. O. was ditmaal de pianistische ontwikkeling de gevaarlijke klip. De candidaten waren gewoonlijk paeda-

gogisch voldoende gevormd — de meesten hadden vroeger het lagere diploma behaald —< maar schoten te kort in spelcapaciteit. Hun repertoire stelt aan de hoogere techniek flinke eischen en daarom mag men verwachten dat de fijne afwerking en de virtuositeit in voldoende mate aanwezig zijn.

Iemand met een middelbaar diploma behoeft nog niet een solist te zijn, instaat met succes een klavieravond te geven — daarvoor zijn nog jaren van studie noodig .— maar moet toch zoover in die richting ontwikkeld wezen, dat hij aan redelijke eischen van rijpheid en technischen glans voldoet. Reeds eenige jaren geleden schreven wij in denzelfden geest, maar de onvoldoende cijfers voor spel toonen nog geen verbetering.

Daarentegen is er in het spelen van werken voor kamermuziek wel vooruitgang te zien, althans in zooverre, dat de candidaten composities hadden gekozen, die meer in hun bereik lagen en die voor de omstandigheden, aan een examen nu eenmaal verbonden, veel beter berekend bleken.

Sluiten