Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

CAECILIA EN HET MUZIEKCOLLEGE

169

wicht van den concertmeester werd gepleit.

Tot de ijverigste voorvechters van het onafgebroken (onhoorbare) dirigeeren met een dirigeerstok, behoorde Gottfried Weber. In een in 1807 in de „Algem. Musikal. Zeitung" gepubliceerd opstel treedt hij daarvoor met geestdrift en energie in de bres. Voor zoover nasporingen hebben geleerd, is het vroegste gebruik, dat in Duitschland van den modernen dirigeerstok gemaakt werd, in 1807 te zoeken. Het ging uit van de hofopera te Darmstadt en een Duitsch vorst komt de eer toe den dirigeerstok het eerst gebruikt te hebben: Landgraaf Ludwig zu Hessen, sedert 1806 groothertog, een geestdriftig kunstbeschermer en zelf een voortreffelijk musicus, in 't bizonder als violist, placht aan de repetities van zijn hof-kapel deel te nemen en bij de eerste viool-partij mede te spelen. Van het jaar 1801 af bediende hij zich, staande voor het orkest aan een lessenaar, waarop zich de partituur bevond, van een dirigeerstok.

Het eerste gebruik van den dirigeerstok laat zich te Weenen in 1812, te Dresden (door Weber) in 1817 en in Leipzig (door Mendelssohn) in 1835 aanwijzen.

niniiiniiMinnininiin

Personalia.

ƒ. P. J, Wierts. Wierts is zestig geworden. Wij brengen hem nog onze hartelijke gelukwenschen. Hij heeft er natuurlijk veel ontvangen. Tienduizenden toch hebben waardeering en genegenheid voor den begaafden, ijverigen werker die den volkszang, ook de kooroefening zoo trouw dient als componist, de stemmen en den aard zijner landgenooten door en door kent gelijk zijn vak, en goede melodieën mocht vinden, waarvan de Nederlandsche kinderen houden. Lang blijve hij jong en vermeerdere zijn beste geschenken!

* * *

Koninklijk Conservatorium. Het eeuwfeest van 't Koninklijk Conservatorium, dat eigenlijk den 7en dezer maand had moeten zijn maar om de paaschvacantie werd vervroegd, is gevierd met schitterende receptie, ridderordeverleening, redevoeringen, met een luisterrijk concert en met een door de Commissie van Toezicht uitgegeven mooi, ook typografisch voorbeeldig gedenkboek, waarin mr. G. A. van Haeften verscheidene documenten, een menigte portretten, ook andere foto's en reproducties van gravures biedt, en onderhoudend, waar het kon geestig, de voor onzen volks- en bestuurdersaard kenmerkende, zeker achtenswaardige, daarbij niet aan onbedoelden humor arme geschiedenis der van 't begin af door den staat, zij het met vaderlandsche zuinigheid in kunstzaken gesteunde, thans over ƒ 46.000 rijkssubsidie beschikkende school verhaalt, en bij zijn slotwensch natuurlijk het dringend noodzakelijke van een nieuw gebouw bepleit.

<m mm w» mm m i« mi«i mm mm nu iiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiniii

Ter Herinnering.

De oude garde verdwijnt! De doodenlijst wordt lang dit keer! Orelio, Soutendijk en S. van Groningen zijn heengegaan in den tijd van een week.

Orelio, de beroemdste van de drie! Inderdaad is er een tijd geweest, dat er weinig menschen in ons land zoo populair waren als de groote zanger van de Nederlandsche Opera. Hoe bloeide toen — al is het dan ook maar voor heel kort geweest — de muzikaal-dramatische kunst ten onzent met Pauwels en Urlus en Tyssen, Orelio en Schmier met Cato Engelen, Fanny Francisca e.a.

Op al die operazangers was men trotsch maar Orelio had toch altoos nog een streepje voor! Wat wonder! Buitengewoon innemend was zijn verschijning en buiten-

Sluiten