Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

254

bof, k beoor deeling,

moeten blijven bestaan. De zaak is te veel omvattend en te moeielijk dan dat deze te zeer aan particuliere opvattingen mag blootstaan.

Zich inwerken in de denkbeelden en behoeften van een klasse van andere menschen en van een volksaard is een aanbevelenswaardige maar moeielijke taak en goede resultaten verkrijgt men eerst na veel levensondervinding; vandaar dan ook dat het systeem noodig is en dat dit moet zijn ontworpen door hen die reeds van die denkbeelden en behoeften op de hoogte zijn, en het te bereiken doel als hoofdzaak voor oogen houden.

Bestaat het systeem eenmaal clan zal er ook volgens de voorschriften daarvan door ieder moeten worden gehandeld; daar komt het op aan.

De zeeofficieren raken er langzamerhand aan gewend om van alles wat niet goed is in de marine cle schuld te krijgen, doch de heer Naber, die zich ook in die richting niet onbetuigd laat, komt ten slotte tot het resultaat dat cle Marine toch beschikt over een keurcorps van onderofficieren.

Wij zijn ZijnHoogEdelgestrenge dankbaar, dat hij hierop eens met cursieve letters den nadruk heeft gelegd, daar wij deze conclusie ten volle onderschrijven, doch vragen ons nu af: „Hoe komt die Marine aan zulke goede onderofficieren?

Deze toch worden allen gevormd onder directe leiding van officieren en waai' men over het algemeen toch wel mag zeggen dat men oogst wat men gezaaid heeft is de gevolgtrekking toch niet gewaagd dat die leiding nog zoo slecht niet geweest is.

Moeilijk kunnen wij toch aannemen, dat de heer Naber hiermede bedoeld heeft, dat, niettegenstaande alle minder goede invloeden der leidende officieren, een groot deel deiin dienst getreden vrijwilligers nog flink voor hun werk zijn gebleven.

Het maakt den indruk alsof cle schrijver nu eens aan alle richtingen en groepeeringen van rangen eenige wapens in handen heeft willen geven om elkaar te bestrijden.

Zijn bewijsgronden zijn vaag en op verschillende plaatsen worden wel wat erg-oude koeien uit de sloot gehaald, terwijl met geen enkel woord melding wordt gemaakt van de pogingen die thans gedaan worden om zooveel mogelijk verbetering te brengen in de soms wel wat overdreven slechte verhoudingen van het oogenblik.

Sluiten