Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

552 BESCHEIDEN UIT DE ARCHIEVEN DER MARINE,

missive van de Sous Prefecture van het Arrondissement Alkmaar, inhoudende voornamentlijk, dat ik mij omtrent het doen van requisitiën aan de Sous Prefecture behoorden te adresseeren. De spoed nu, welke de requisitiën vorderden, maakten het mij onmogelyk tot zoodanige langwijlige maatregel over te gaan, wilde ik mijzelve en ook de Ingezetenen, door gebrek aan het nodige voor de Kozakken, niet de grootste onaangenaamheden op den hals haaien.

Onmiddelijk daarop ontfing ik eene tweede missive van de zich nog noemende Sous Préfecture cTAlkmaar meest ten zelfden einde strekkende als de eerste, daarbij werd mij ook advies gevraagd omtrent den inhoud eener missive door gem. Sous Prefect aan den maire van Barsingerhorn geschreven en waarin de zoogenaamde Sous Prefect zich nog Ridder van het Legioen van Eer durfden noemen, welke missive ik de Eer heb hiernevens copielijk toe te zenden l).

Voorts, bewust zijnde dat de Prefect der Zuiderzee gevlugt was, en onkundig van de Proclamatie van Zijne Koninklijke Hoogheid, omtrent de voortduring der geconstitueerde Magten, supponeerden ik, dat er geen Sous Prefecture in 't arrondissement Alkmaar meer bestond, zo dat ik de gemelde woorden van Sous Préfecture de Alkmaar, Ridder van het Legioen van Eer enz.., als strijdig met de tegenwoordige orde van zaaken beschouwden en als nu de begeerde mesure begon aan te zien, als geschikt om ware het mogelijk de goede zaak tegen te werken, in welk vermoeden ik niet weinig gesterkt wierd, toen mij de Sous Prefect niet door eenige weinige, maar vrij algemeen wierd afgeschetst, als iemand, die de gezegende Revolutie zo lang hem maar immers mogelijk is geweest had tegengewerkt, die zich door zijn willekeurig gedrag algemeen gehaat had gemaakt, die tot het laatst toe met den Vice Admiraal VERHUELL had gecorrespondeerd en eindelijk die aan denzelve nog kort te voren ƒ 4000 had doen afgeven, welke hij uit de Kassen van Alkmaar geligt had 2).

Hadde hij de Proclamatie van Z. H. gekend, dan had hij anders gehandeld ; hij hoopt clat de Admiraal mede zal in 't oog houden, ,,dat ik mij in eene positie heb bevonden, welken mij verhinderd heeft zodanig te handelen, als ik mij altijd in ordinaire en kalme tijden heb voorgenomen te doen . . . ."

Het bedoelde afschrift is een brief van den onder-prefect aan dien maire gericht in dato 2 December over „Dijken en wegen". -) Vergelijk Hist. Ged. 1813 II. 189 en 190.

Sluiten