Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

13

Zwoel, zwoel is de heele atmosfeer, de zwoelheid die al dadelijk u naar de keel grijpt, ademloos doet voorgevoelen den verren loodzwaren tred van naderend onheil.

Van uit de cisterne klinkt, somher, de stem van den gevangen profeet Jochanaan. Allen huiveren. Ook Salome, die ijlings uit de zaal is gevlucht, instinktmatig verontrust en ontzet door het begeerlijk oog van Herodes, dat onafwendbaar op haar rustte. ...

Raadselachtige figuur, als zij werd, onder Wilde's ragfijn instinctief genie. Een giftbloem, gesproten uit moerassen van schande, als willoos gedoemd te zijn een demon van perversiteit. En toch, niet zonder de onuitroeibare reinheidskern van vrouw, die even zich baan breekt in het afgrijzen over het begeeren van haar stiefvader, in de smart die trilt door de woorden als zij naar Jochanaan vraagt: — Hij spreekt slécht over mijne moeder....

Haar onverzettelijke wil van bedorven kind om den profeet te zien, de volleerde drang der verleidster dan, die den jongen krijgsman doet zwichten, tegen het strenge bevel van Herodes in....

Hare stille verstomming bij het zien van den uitgeteerden man Gods; de krankzinnige wensch dat hij haar zou liefhebben; de hartstocht gewekt door zijn koude hoogheid; dan weer opbloeiend het smartelijke wee in haar vraag: „Zeg mij, wat ik doen moet?..." dra weer verstikt door den alles overgudsenden stroom van wellustig verlangen dat koele ivoren asketen-lijf te liefkozen, — het smeeken om liefde, om mededoogen; dan, de félle haat. . ..

We zijn heel ver van het judeaasche prinsesje uit den bijbel, die naar do pijpen van hare moeder danste, willoos speeltuig eener bloeddorstige Herodias.

Lang heeft Wilde gezocht en gepeinsd, voor hij, in de donkere diepten van zijn ziel, dat teere, wreede, onzegbaar afgrijselijke, oneindig weê-wekkende schepsel vond: zijne Salome. De Salome die wil wat zij begeert, die niet anders kan, die in liefde-extase den mond kust van het doode hoofd op den zilveren schotel, met stamelende woorden van Hooglieds-passie, en besluit met de diepe wijsheid van liefdepriesteres:

„Gij hebt uw God gezien, mij hebt ge niet gezien. Waarom wildet ge me niet aanzien? Ik weet, ge zoudt mij lief gehad hebben. En het geheim der liefde is grooter dan het geheim des doods. . . ."

En wanneer Herodes, die haar te voren al de schatten van zijn huis, zijn halve koninkrijk heeft aangeboden, indien zij hem van zijne belofte zou willen ontslaan, ontzet en vol afgrijzen, zijne soldaten gebiedt die vrouw te dooden, rijst, bleek en nauw merkbaar als de dageraad, die daar begint te gloeien aan de kim, de christelijke idee van zondeschuld, maar ook al-begrijpen en boete.

Er is eene onbeschrijflijk aangrijpende, beklemmende stemming in Wilde's drama. Met enkele sobere trekken is er alles gegeven, zijn er de personen scherp

Sluiten