Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

462

beschikking krijgen over werkkrachten, die elk voor hare branche, door de meerderheid der beoefenaars of ernstige liefhebbers van die kunstbranche, als de gesehikste en meest vertrouwbare zouden worden aangewezen".

Van meerderheid van leden eener zelfde Vereeniging was hier sprake, niet van die van vereenigingen op eenzelfde terrein der kunst bestaande.

Stellen wij ons nu eens de zaken voor zooals ze zouden moeten loopen. Stel dat de Redactie zich wendt tot het Hoofdbestuur der Mij. tot Bev. der Toonkunst — om op 't gebied der Toonkunst te blijven — met verzoek of dat Hoofdbestuur wel zou willen zijn öf zelf, öf door middel van hoofdelijke stemming (dat zou nu bij toeval bij Toonkunst een heel werkje zijn !) der leden, ze aan te wijzen of te doen aanwijzen een persoon die -als medewerker aan het Tijdschrift bijzonder geschikt werd geacht.

Ten eerste doet zich dan de mogelijkheid voor dat er noch onder de leden van het Hoofdbestuur noch onder de leden der Vereeniging voldoende eenstemmigheid omtrent een persoon is te verkrijgen. Welnu, dan kan de Redactie zich tot eene andere Vereeniging op muzikaal gebied wenden. Misschien lukt het daar. En slaagt zij ook niet bij deze tweede, dan kan zij het nog met een derde, met een vierde, met een vijfde corporatie van beteekenis probeeren. Komt zij ten slotte tot het resultaat dat bij geen der bestaande grootere lichamen op muzikaal terrein de noodige eenstemmigheid bestaat, dan, ja dan, is zij zeker wel gerechtigd om zelve eene keus te doen.

Maar dan hebben de belanghebbenden bij eene goede en onpartijdige recensie het op zekere hoogte aan zich zelf te wijten als de recensie van den medewerker aan het Tijdschrift onverhoopt niet aan die eischen voldoet.

Ten tweede kan men de vraag stellen: welke waarborg bestaat er dat de persoon die dan door het bedoelde Hoofdbestuur als de meest geschikte zal worden aangewezen en dientengevolge als medewerker aangesteld, door de andere lichamen op muzikaal terrein ook als zoodanig zal worden erkend, zoodat aan zijne uitspraken de bedoelde authoritaire waarde zou worden toegekend!

En op deze vraag moet ik antwoorden: ziedaar ook mijne grenzen.

Verschil in waardeering van persoonlijke verdienste is er altijd geweest, en zal altijd blijven bestaan. Maar de redactie zou dan toch in elk geval dit weten, dat door het bestuur of de leden van eene respectabele vereeniging voor de zaakkennis en onpartijdigheid van haren medewerker als 't ware werd ingestaan. En op dien grond zou zij het recht hebben zijne uitspraken te publiceeren, niet als de eenig denkbaar juiste, maar als die van een man aan wiens opvattingen een lichaam van beteekenis verklaard heeft waarde te hechten.

En hiermede neem ik voorloopig van Thorwalt afscheid.

Mocht ik u met nog andere inlichtingen van dienst kunnen zijn, schrijf

Sluiten