is toegevoegd aan uw favorieten.

Caecilia; algemeen muzikaal tijdschrift van Nederland jrg 18, 1861, no 1, 01-01-1861

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

11

hooggeachten directeur, den heer A. J. Wetrens, bijgaanden dirigeerstok en partituren van oratoria aan te bieden, als een blijk der hooge ingenomenheid met de wijze, waarop hij hen op de rcpetitiën en de uitvoering heeft weten te leiden, als een bewijs der warme sympathie, welke zij voor zijn persoon en werk gevoelen. De uitmuntende wijze, waarop hij steeds heeft gezorgd voor den bloei der toonkunst binnen deze stad, en de hoogte, waartoe hij daardoor de beoefening der muzijk onder ons heeft opgevoerd, geven hem duurzame aanspraak op de achting van allen, die het wel meenen met de kunst." (Handt eekeningen).

Ongetwijfeld zal dit huldebetoon, waaraan ook mev. Offermans op even vleijende als kiesche wijze een blijk van sympathie voegde, den heer Wetrens tot spoorslag strekken om voortdurend zijne krachten aan de bevordering van den bloei der toonkunst in ons midden le wijden. Wij vernemen dan ook dat hij bereid is om aan den wensch te voldoen, hem namens het koor op de laatste repetitie bij monde van Dr. I. L. van Praag medegedeeld, om namelijk in dezen winter nog een diergelijk concert te geven als wij hier hebben besproken. Welligt zal daarvoor het oratorium Elias in aanmerking komen. Door velen wordt reeds weder verlangend zulk een genotrijken avond te geruoet gezien. Ik eindig met den wensch dat ieder directeur zich mogt kunnen verheugen in zulke trouw bezochte en aangename rcpetitiën, als die van den heer Wetrens zijn; even als zijne talenten, zijne studie en zijn fijn muzikaal gevoel, bragten zij veel toe om de uitvoering voortreffelijk te doen slagen.

° Sigma.

FBIIIIiLEïOS.

Amsterdam. Den 1. December 1860 gaf Amstels Mannenkoor eene uilvoering , met het hier volgende programma. Eerste afdeeling. lch wilt singen, molette van B. Klein. Basaria uit de Stabat mater, van Rossini. Omhoog, van G. A. Heinze. Hollands, van Richard Hol. Krijgslied, van Richard Hol. Tweede afdeeling. Bede , van Richard Hol. Sla pal mijn dierbaar Vaderland! tenor-solo van Richard Hol. Der Liefde Weemoed, van Wilh. Smits. Avondzang, lied voor basstem, van Glaepius. Fetne Wilhelm, van A. Schatter.

Den 29. Dec. 1860 werd het oratorium Jephtha, van Reinthaler door de zangvereeniging van de Maatschappij tot bevordering der Toonkunst, onder directie van den heer Richard Hol, uitgevoerd. Een hiervan volgend verslag zal den schoonen uitslag doen kennen. .

Terwijl het opera-gezelschap onder den heer Caucci hare voorstellingen met een klein repertoire maar onder wat gunstigere omstandigheden in den stads schouwburg voortzet, en het Hoogduitscbe opera-gezelschap uit Rotterdam , onder directie van den heer Ed. de Vries, in het Grand the'atre des Variétés voortdurend triumfen heeft behaald, zal de Amstelstad den 3. Jan., ten minsten voor een avond, in het bedt zijn van een tweede Haliaansche opera, door de troep uit Berlijn , (directeur Me rel li). Als die directeur de beste middelen medebrengt, waarover hij te beschikken heeft, — mej. Trebelli maakt te Berlijn/u/we , — dan zal het laatstgenoemde theater de toeschouwers waarschijnlijk niet kunnen bevatten.

De 2e quartet-séance van de heeren F. Coenen en Bun ten, enz., zal ditmaal met medewerking van den heer J. Feitkamp den 7. Januarij plaats hebben en alsdan uitgevoerd worden: een quartet van Fr. Coenen en Jos. Haydn, een rondo brillant voor viool en piano, van Fr. Schubert, (op. 70), en trio voor piano, viool en violoncel, van Rubinstein, op. 52.

Aste (Oroveso), Seyffardt (Severus) hebben dan ook, vooral de drie eerstgenoemde, hunne schoone verrigtingeu telkens door een daverend applaus, meermalen terugroeping en een bis (dit gold de 2e duet tusschen de in haar genre uitstekende vrouwen) van het talrijk en tot geestdrift opgevoerd publiek beloond mogen zien. Wij hebben de titelrol en die van Adalgisa maar weinige keeren zoo goed ververtegenwoordigd gezien. De beide kunstenaressen hebben zich zeiven in spel en zang overtroffen. Eene gevoelvollere Norma met die executie kan men zich naauwelijks ! voorstellen. Reikhalzend ziet men naar eene zesde voorstelling, en j wel naar den Tannhauser of eene herhaling van de Fidélio, uit. j Immers hebben wij hier geene muzikale uitvoeringen, die daar- | mede kunnen gelijk gesteld worden.

Over de door de liedertafel Aurora gegeven soiree, onder directie van den heer K. A. Craeyvanger, op den 19. December 1860, in de zaal naast den schouwburg, kunnen wij niet naar ei»en oordeel refereren, daar wij ter bijwoning derzelve verhinderd waren, zoodat wij ons slechts hij de mededeeling van het programma bepalen kunnen, alleen met bijvoeging, dat volgens het oordeel van iemand, in wiens oordeel wij vertrouwen stellen, de soiree in het algemeen vrij wel gelukt en het mannengezang vooral de uitvoering van Tschirch's overbekende compositie, zeer verdienstelijk was, en wel van goede studiën getuigde. Programma. Eerste deel. O Isis und Osiris, koor met orchest, van W. A. Mozart Duo voor sopraan en bas uit Belisario, van Donizelti. Herzlted, solo-quartet van J. Otto. Lied voor alt, Der Jungling am Bache, van K. A. Craeyvanger. a. Serenade, van C. Kreutzer; b. Choeur des buveurs, van L. de Rille. Tweede deel. Eine nacht auf dem Meere, dramatische Tongemalde, für Solo, Chor und Orchester, von W. Tschirch. — Na afloop der uitvoering en eene groote pauze, werd deze soiree met een bal besloten. Variatio delectat. _ , ,

De heeren P. Bekker (violoncel) en Bern a rd us Boekelman (piano) hebben te Middelburg in het concert van 13 December 1860 veel succes gehad. De eerste liet zich ook met buitengewoon veel bijval in een concert te Zierlkzee hooren. De heer Boek el man heeft zijne studiën aan het conservatoire te Leipzig gemaakt, werwaarts een ander stadgenoot de door zijne compositie (eervol vermelde quintet door de Maats, tot bev. der Toonkunst) gunstig bekende en veel belovende heer J. van Eysden (violist), vroeger leerling van Joh. J. H. Verhulst, zich thans gaat heen begeven. Ook wordt mej. Boekelman, mede élève van het Leipziger conservatorium en thans nog te Brussel, hier terug verwacht. Het is te hopen dat een of ander concertbestuur dezen jeugdigen artisten de gelegenheid zal aanbieden om zich voor het publiek te doen hooren. Van beider spel word veel goeds gezegd, terwijl, zoo als men weet, de roem van den heer Bekker als een der eerste violoncellisten in Nederland, reeds genoegiaam gevestigd is. — Ons orchest houdt zich bezig met het instuderen der belangrijke 2e symphonie Ocean, van Rubinstein. Wij hopen dat derzelver uitvoering zal gelukken en het bestuur verder voor de uitvoering van een aantal andere hier nimmer nog gehoorde symphonicn en ouvertures uit den laatsten tijd: van Schumann, Liszt, Wuerst, Ulrich, Veith, Reinecke, R. Wagner en anderen, zal zorgen.

Utrecht. De vijfde opera-voorstelling door het Hoogduit, sche opera-gezelschap uit Rotterdam, onder directie van den heer Ed. de Vries, was allervoortreffelijkst. In haar geheel, ook met het oog op koren en orchest, is de Norma alhier maar hoogst zeldzaam, welligt nimmer, zóó volkomen gegeven. De dames Bertram Mayer (iVorma), K ain t z [Adalgisa), Dalle

LiCyden. Tot directeur van de door het Leydsche departement der Maatschappij tot nut van 't Algemeen opgerigte burgerzangschool is benoemd de heer A. J. Wetrens, oud-onderwijzer der muzijkschool van de Maatschappij voor Toonkunst te Leyden.

Arnhem. Tweede dames-concert St. Caecilia, den 14. December 1860. Programma. Eerste afdeeling. Symphonie N°. 2, van v. Beethoven. Air du Serment, van Auber, te zingen door mad. Rieder. Le Béve, voor clarinet, van lwan Muller, uit te voeren door den heer Obermans. Metodies allemandes, te zingen door mad. Rieder. Ouverture Postorale, van Kalliwoda. Tweede afdeeling. Ouverture Meeresslille, van Mendelssohn Bartholdy. Voi che sapete, van Mozart, te zingen door mad. Mozart. Fantaisie voor piano en clarinet, van Berr., door de heeren Kluppel en Obermans. Carnaval de Vénise, te zingen door mad. Rieder.

Deventer, De muzijkvereeniging Unis par les sons de la musique gaf den 18. Dec. 1860 hare eerste openbare uitvoering in dit saizoen. De vermelding van het programma, dat aldus was zamengesteld: Ouverture van A. Romberg, op. 60, in D-dur. Aria uit het oratorium Elias, (»Hore Israël"), van F. Mendelssohn Bartholdy, met orchest. Intermezzo. Aria uit het oratorium Samson, (»mit Klage lauf"), van Handel, met solo, viool en orchest. Ouverture Fidélio, van v. Beethoven. Symphonie van L. Maurer , (F-mol). Andante et valse de concert voor zang, van Venzano. Ouverture van Kalliwoda, in C-dur, zal genoegzaam zijn om de rigting aan te toonen, waarin deze vereeniging werk.