is toegevoegd aan uw favorieten.

Marineblad jrg 54, 1939, no 9

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Marineblad

(gemengd, overwegend dubbeld.). De ongelijkheid is het grootst, wanneer de enkeldaagsche invloed het sterkst is, dat is nabij maan's maximum declinatie; zij is het kleinst omstreeks maan's deel. = 0. Tevens zij opgemerkt, dat het hooge HW, ruwweg beschouwd, gedurende 6 maanden van het jaar in den morgen valt, en gedurende de overige 6 maanden 's avonds; het lage LW. vertoont dezelfde eigenschap.

Het 3e type omvat de getijden van gemengd karakter, d.w.z. deze getijden vertoonen soms 2 HW.'s en 2 LW.'s, en soms 1 HW. en 1 LW. per etmaal. Bij deze getijden overheerscht in het algemeen de enkeldaagsche groep in zomer en winter (wanneer Pt zich bij Kj en 01 voegt), terwijl de dubbeldaagsche invloed overheerscht in lente en herfst (als K2 zich bij M2 en S2 voegt).

Het 4e type is van een overwegend enkeldaagsch karakter, slechts in geval de maan zich nabij den equator bevindt, kan het gebeuren, dat het enkeldaagsch karakter neiging vertoont te verdwijnen, waarbij twee zeer zwakke HW.'s en LW.'s optreden.

Bij dit type veroorzaakt de P1( dat in zomer en winter het enkeldaagsche springtij versterkt optreedt. Bovendien zij 'opgemerkt, dat, in 182/3 jaren, de waterstand van het enkeldaagsch getij merkbaar versterkt wordt wanneer de lengte van den klimmenden knoop van de maan 0° is, verzwakt wordt, wanneer die lengte 180° bedraagt.

Hydrographic Review.

Een Duitsche kortbestektafel.

Naar aanleiding van een opdracht van de Duitsche Marineleiding wordt door de Duitsche Seewarte een z.g. kortbestektafel uitgegeven. De er aan ten grondslag liggende methode is die van Souillagouët. Alleen voor het azimuth is een andere weg ingeslagen, door gebruik te maken van de formule sin T cos h = sin P cos d. Daar het met deze formule niet mogelijk is uit te maken of het azimuth scherp of stomp is, is aan de tafel een kolom toegevoegd waarin de declinatie is vermeld, die een hemellicht voor een bepaalde b en P moet hebben, wanneer het in de eerste verticaal staat. Deze declinatie wordt bepaald met de formule tgd = tgb cos P. Alsdan is het azimuth precies 90°. Is de declinatie van een hemellicht gelijknamig met de breedte en grooter dan de bovenbedoelde grenswaarde, dan benoeme men het azimuth gelijknamig, indien kleiner, dan benoeme men het azimuth ongelijknamig met de breedte. Bij ongelijknamige declinatie kan zonder meer het azimuth altijd ongelijknamig met de breedte benoemd worden.

De argumenten breedte en uurhoek zijn met intervallen van een graad genomen. Er is ook een tijdcorrectietabel conform die van J. C. Lieuwen aanwezig. Seewart, Juni 1939.

1166