is toegevoegd aan uw favorieten.

Marineblad jrg 55, 1940, no 3

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Marineblad

5) Men prefereerde ten slotte een economisch specialist voor gezant.

6) Als commandant van het detachement zeesoldaten tornde hij bijvoorbeeld op tegen den onmilitairen geest der oudere officieren.

7) De muiterij op de „Medemblik" te Medemblik.

8) Op het opleidingschip „Maria Louisa", 1791.

9) Hij was juist te Emden, toen de „Lynx" in neutrale wateren werd overrompeld.

10) Zoo was hij diep geschokt door het weinige, wat de Britten -bij hun capitulatie voor de Bataafsche krijgsgevangenen en de gecompromitteerden hadden bedongen.

11) Zulks ondanks Prins Frederiks raad aan de ex-officieren om in dienst der Bataafsche republiek te treden en ondanks het feit, dat wijzigingen in conservatieven zin in de regeering, tal van Oranjeklanten de gelegenheid boden weder hunne posities in te nemen.

12) Contractueel waren wij verplicht tot de levering van 9 linieschepen en 400 kanonneerbooten.

13) Te naiever, omdat de leden van den Raad van Marine, de advocaat Jacobson, de rector Van Royen en de professor Aenea, hem niet goed waren gezind.

14) Napoleon oefende persoonlijk op een roei-kanonneerboot(peniche) in de Seine en liet er te Parijs bouwen om zijn staf te overtuigen van hun nut.

15) Napoleon vertelde Verhuell niet alles, zoodat de commissaris-generaal meende, dat onze z.g. eerste expeditie (5 linieschepen, 3 fregatten, 2 brikken en een transportvloot voor 25000 man te Texel) voor Ierland was bestemd, en alleen de „tweede expeditie" te Vlissingen voor den inval in Engeland zou dienen. Op het materieel der tweede expeditie is schijnbaar wat beknibbeld, want van 250 bootjes en 100 kanonneersloepen kwam men wel eerst op 270 bootjes en 81 sloepen, maar eindelijk op 216 bootjes en 54 kanonneerschoeners. Door de verzwaarde bewapening kwamen wij echter niet goedkooper uit. Ons contingent voerde 1047 stukken en 180 mortieren. Deze enorme uitrusting moest worden gefinancierd met een inkomstenbudget van 34 millioen, tegenover 71 millioen uitgaven en 6 millioen rentelast.

De vermelding van eenige details der uitrusting is wellicht dienstig. Kanonneerbrikken of -schoeners maten 23 bij 5l/z m en voerden drie 24-ponders en een 8-duims mortier. De bootjes waren 20 m lang en 4J/£ m breed en hadden een 24-ponder en een veldstuk, de peniches waren even lang, doch slechts 3 m breed en droegen één 4-ponder en een 6-duims mortier. Verder hadden de Franschen nog z.g. pramen, zijnde platboomde korvetten van 37 bij 8 meter, bewapend met twaalf 24-ponders.

De Fransch-Bataafsche flottielje omvatte 20 pramen, 300 kanonneerbrikken of -schoeners 350 kanonneerbooten, 400 peniches en 1000 transportscheepjes; zij was bestemd voor het overvoeren van 160.000 man en 9000 paarden onder Davoust, Soult en Ney en de reserve onder Louis Bonaparte. Over het convooieskader van Brest voerde Ganteaume het bevel. Marmont had „het opschaften" op het Texeleskader onder De Winter.

358