is toegevoegd aan je favorieten.

De ingenieur; weekblad gewijd aan de techniek en de economie van openbare werken en nijverheid jrg 12, 1897, no 15, 10-04-1897

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

t£ 15

176

19.44 - 8.4

Die snelheid wordt bereikt na een tijd t = 1 ]

300^ \

= 331.2 sec, waarin een weg is afgelegd: 8 = 19.44 X 331.2 - \ X -gjjë X 10 (331-2)2 = 4610.3 d. i.

ongeveer 4600 Meter,

zoodat 6000 — 4600 = 1400 M. wordt doorloopen met snelheid 8.4 M., dus in een tijd -g^- = 166.7 sec.

De helling vereischt alzoo een rijtijd: ]

331.2 + 166.7 = 498 sec. Voor het daaropvolgend recht gedeelte kan men de snel- , heid weer v nemen, mits een toeslag van bijv. 40 sec. worde gegeven voor het tijdverlies gedurende de aangroenng van 8 4 M tot v., waardoor voor dat gedeelte de tijd is: JA 1380 + 450 + 1280.

40 ~\

v

Is V = 75 KM. (v = 20.8 M.) aan dén voet, dan wordt

V^^WXW = /432T64 — 400 = 5.7 M.

Wil men de snelheid niet minder dan 30 KM. doen worden, dan moet men na een tijd t = ~ = 372 secon-

30Ö3

den, waarin een weg s = 20.8 X 372 — V2 X Vsoo X 10 X f372V = 5431 2 M. is afgelegd, de trekkracht vergroot worden, en dus de lengte 6000 - 5430 = 570 M. met 8.4 M. snelheid worden doorloopen. De rijtijd wordt dan:

372 + 5? = 372 + 67.8 = 440 sec. 8.4

De totale rijtijd Utrecht—Arnhem wordt dus:

Daar een rijtijd 60X57 sec- =3420 is toegestaan, moet op de vlakke rechte baan de snelheid V -= 75 KM. zijn.

30. Gaan we nu op de grafische voorstelling na wat de zwaarte mag zijn van trein 26 Arnhem—Utrecht en van trein 25 Utrecht—Arnhem, dan vinden we: voor V = 70 KM. trein 26 Arnhem—Zeist—Driebergen i 19 voertuigen „ 26 Arnhem—-Utrecht j en voor 7= 75 KM.

„ 25 Utrecht—Arnhem 14 „

van 14000 KG. terwijl op de helling bij Ede met 30 KM. snelheid 22 voertuigen van 14000 KG. kunnen vervoerd worden.

{Wordt vervolgd.)

Het zesde Nederlandsche Natuur- en Geneeskundig Congres,

Dezer dagen is aan de leden van de Vereeniging «Het Nederlandsen Natuur- en Geneeskundig Congres» het programma verzonden van het 6= congres, dat 23 en 24 April te Delft zal gehouden worden.

Het boekje maakt door zijn eenvoudig, doch net uiterlijk een aangenamen indruk. Het bevat het werkplan van het congres met de ontspanningen, waardoor de saamgestroomde congresleden van den inspannenden sectie-arbeid zich kunnen verpoozen en tal van inlichtingen, die voor de vreemdelingen van hooge waarde zijn. Al aanstonds wijst een kaartje den weg door de Prinsenstad en doet de plaatsen, waar de sectie- en algemeene vergaderingen gehouden worden, de bureau's gevestigd zijn duidelijk in het oog springen. Overal vindt men de blijken van de zorgen van het hoofdbestuur, zoowel voor het wetenschappelijk als voor het vriendschappelijk karakter van het congres. Een groote plaats is ingeruimd aan demonstraties van tal van belangwekkende zaken buiten den tijd der sectie-vergaderingen, wat op het Delftsche congres een eigenaardigen stempel drukt. Het is thans voor de eerste maal, sinds de vereeniging in 1887 werd gesticht, dat het congres in een kleinere plaats bijeenkomt. Moet het congres hierdoor de voordeelen, die eene grootere stad ongezocht biedt, missen, de maatregelen door het hoofdbestuur op uitgebreide schaal genomen, geven recht te verwachten, dat aan velen een gastvrij onthaal verzekerd is. Een tot in bijzonderheden uitgewerkt systeem van kaarten, in het programma ingevoegd, is het middel, waardoor ieder, die deze tijdig naar Delft zendt aan het adres van Mr. A. de Stoppelaar, van vele stoffelijke zorgen gedurende de congresdagen wordt ontheven.

Het werkplan is in hoofdzaak gelijk aan dat der vorige congressen. Er worden twee algemeene vergaderingen gehouden. Op de eerste zal na de openingsrede van den Voorzitter, Prof. J. M. Telders te Delft, een belangrijke redevoering van Prof. C. A. Pekelharing te Utrecht volgen, terwijl in de tweede algemeene vergadering, de heer j. van Hasselt, Ingenieur te Amsterdam, een onderwerp voor de watervoorziening onzer steden van groote beteekenis, zal uiteenzetten.

Op de eerste vergadering zal de Borneo-medaille worden uitgereikt aan de leden der wetenschappelijke Borneo-expeditie in 1894 en 1895, die door het congres met eene ruime bijdrage werd gesteund. Op het voorgaande, 5e congres, te Amsterdam gehouden, werd hiertoe besloten.

Tusschen de beide algemeene vergaderingen vallen de bijeenkomsten der vijf secties, nl. voor natuur- en scheikunde, wiskunde, biologie, geneeskunde en geologie, op wier welgevulde lijst van te behandelen onderwerpen of te vertoonen demonstraties vele zaken voorkomen, die ongetwijfeld een groote belangstelling zullen wekken. .

Ook is er voor gezorgd, dat het vele wat Delft op technisch en artistiek gebied te zien geeft, door de congresleden zonder overhaasting kan worden bezichtigd.

De verwachting mag worden uitgesproken, dat dit congres naast de voorgaande in de vier universiteitssteden gehouden, een waardige plaats zal innemen, dat de hier te verrichten wetenschappelijke arbeid van groote beteekenis zal zijn en de ontvangst, die aan het congres van de zijde der Delftsche congresleden ten deel zal vallen, buitengemeen hartelijk zal wezen. Allen die sympathie gevoelen voor het streven van het congres om wetenschappelijke ondernemingen, bij voorkeur in Nederland en zijne koloniën te ondersteunen en dit congres willen bijwonen, kunnen zich aanmelden bij den Secretaris te Delft, Dr. R. Sissingh.

INGEZONDEN STUKKEN. Het voorstel-Alpherts.

Het antwoord van den heer Alpherts op mijn schrijven in dit blad, speciaal wat aangaat de wenschelijkheid ook de Maatschappij van Bouwkunst in de fusie-plannen op te nemen, heeft