is toegevoegd aan je favorieten.

Tijdschrift voor Neerland's Indië jrg 15, 1886 (2e deel) [volgno 5]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

275

Zoolang nog niet is ontkend, dat de ontwikkeling van cultures, van fabrieken, van mijnontginningen enz. bij gemis aan bruikbare communicatie- en afvoerwegen niet voor rentegevende uitbreiding vatbaar is:

Zoolang nog wordt toegegeven dat die ontwikkeling zeker één der krachtigste middelen is, juist om den finantieelen nood in het Moederland te bezweren, en werkzoekenden aldaar, hier een nieuw arbeidsveld te openen;

Zoolang niet valt tegen te spreken dat volgende geslachten dus, nog in veel ruimere mate dan wij, van de ijzeren afvoerwegen in de kolonie de vruchten zullen plukken;

Zoolang heeft men ook recht op eene leening tot voortzetting van den bouw van Indische spoorwegen aan te dringen.

Is die leening geslaagd, en zijn de particuliere kapitalen die nu — de ervaring leert het — geen plaatsing in Indie willen vinden, den Staat ter hand gesteld om het Indische transportwezen te organiseeren volgens de eischen welke een vruchtbaar produceerend Rijk in de 19e eeuw kan stellen, laat ons dan vertrouwen dat men zich hier in Indie bij de vaststelling der lijnen dan ook zal spiegelen aan de ervaring, in Nederland vooral, op dit gebied opgedaan.

Beter vooraf met weinig tevreden zijn: de résultaten bij die weinige eerste lijnen te verkrijgen, zullen zeker voldoende zijn om de kans van slagen van latere leeningen voor uitbreiding te verzekeren.

Laat ons verder vertrouwen dat de Staat dan ook den weg en de middelen zal weten aan te wijzen om van dat kapitaal, door leening verkregen, de meest mogelijke directe en indi-