is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift voor Neerland's Indië jrg 17, 1888 (1e deel) [volgno 5]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

307

aankomst te Padaug. Ofschoon daaromtrent geen cijfers bezittende, kan de hoogleeraar verzekeren, dat het aantal der pasbedoelde overledenen in 1886 veel grooter geweest is dan in 1887, zoodat in werkelijkheid de vermindering der sterfte nog vrij wat belangrijker is dan de cijfers 303 en 85 het doen schijnen. Dat de sterfte zooveel meer afgenomen is dan het ziekte-cijfer, moet, volgens den heer Pekelharing, „daaraan worden toegeschreven, dat vroeger de lijders niet zoo spoedig als in den lateren tijd werden geëvacueerd, en dat de diagnose beri-beri, eerder dan vroeger het geval was uitgesproken wordt."

Dat de verbetering vrij plotseling is ingetreden in het begin van 1887, doet de vraag rijzen, wat er in het laatste gedeelte van 1886 mag zijn gebeurd, waardoor eene zoo gunstige wending werd veroorzaakt?

„Men heeft op die vraag", zegt de hoogleeraar, „wel het antwoord gegeven, dat men in het eind van 1886 beter er op is gaan toezien, dat niet soldaten die reeds aan beri-beri leden, naar Atjeh werden gezonden. Maar het gaat niet aan, op den militairen geneeskundigen dienst een zoo onverdienden blaam te werpen. De officieren van gezondheid wisten ook vóór het einde van 1886 zeer goed, dat in eene streek, waar beri-beri heerscht, het gevaar van door de ziekte aangetast te worden vooral groot is voor hen, die reeds aan die ziekte geleden hebben, ook al zijn zij zoover hersteld, dat bij een oppervlakkig onderzoek niets meer van ziekteverschijnselen blijkt. Zou nu iemand kunnen nieenen, dat onze officieren van gezondheid gedurende bijna het geheele jaar 1886 iedere maand gemiddeld een paar honderd soldaten, bij wie zij met eenige oplettendheid beri-beri hadden kunnen herkennen, naar Atjeh hebben laten vertrekken? Wie zou zich aan zulk eene beleediging schuldig maken! Toch wel niemand, die iets gezien heeft van de nauwgezette plichtsbetrachting, waardoor onze militaire vakgenooten in Indie zich zoo verdienstelijk maken. Bij den tegenwoordigen staat van zaken