is toegevoegd aan je favorieten.

Tijdschrift voor Neerland's Indië jrg 18, 1889 (1e deel), no 4

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

309

keizerrijk, van Arabische afkomst, en staan, wat den geslachtsboom onzer familien en het maatschappelijk gehalte van onze positie betreft, minstens op ééne lijn met de tallooze landverhuizers die uit Engeland en Schotland hier hun fortuin komen zoeken.

Wat klaagt men over ons? Wat werkelijk bezwaar houdt men ons na? Welk nadeel ontstaat voor land en volk uit onze inwoning? Vreerad aan alle politiek, is ons leven gewijd aan de vreedzame werkzaamheid van den handel. Onze zeden en gewoonten zijn eenvoudig, met weinig tevreden voeren wij geen staat, maar achten wij werkzaamheid en matigheid grootere schatten dan hooge eer of politiek getwist. Ons bedrijf en ons huiselijk leven zijn ons de grootste levensgoederen. In den eersten tijd van ons verblijf hier, ternauwernood zijn het zeven jaren dat de eersten van ons hier kwamen, vleiden wij ons met de hoop, dat wij spoedig onze families zouden kunnen doen uitkomen. Reeds waren alle maatregelen daartoe genomen, maar op het laatste oogenblik, tengevolge van de tegen ons losgebroken vervolging waren wij verplieht een telegrafisch bericht naar onze gezinnen te zenden, omdat wij hun geen veilig dak konden verzekeren. De bewijzen voor hetgeen wij hier verzekeren, staan de regeering ten dienste.

Van wie gaat die vervolging uit? Van de groote Engelsche handelshuizen, die het monopolie van den handel zich sedert dertig jaren hebben verzekerd, die al dien tijd van de «Boeren" in de beide republieken geleefd hebben, van hen rijk zijn geworden, en althans de Transvaal, of beter gezegd de Zuid-Afrikaansche republiek met den zwartsten ondank het land en het volk waaronder zij welvaart hadden verworven, betaald hebben. Wij kunnen u de firma's met den vinger aanwijzen die werkdadig zijn geweest om de heillooze annexatie 1877 te bewerken. Het is niet genoeg om de namen dier mannen te zoeken onder de bekende winkeliers Jn Pretoria, Potchefstroora en Lijdenburg. Deze lieden waren toch meestal niets anders en niets meer dan de zet-