Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XXVIII. DE RENAISSANCE IN ENGELAND.

1.

E EERSTE RENAISSANCE DETAILS TREDEN OP TIJDENS HET huis Tudor (1485-—1603), en dan aanvankelijk alleen decoratief, zonder in te grijpen in het constructieve. Constructief begon de Renaissance onder Hendrik VIII (1509—■ 1547) en zijn minister kardinaal Wolsey.

De behoudende Engelschen, bij wie de Gothiek was ingeburgerd, verzetten zich aanvankelijk tegen de nieuwe bouwwijze, die niet in den volksgeest kon doordringen. Onder Elisabeth (1558—1603) echter kwamen, behalve enkele Italianen, vele Vlamingen, Nederlanders en Duitschers naar Engeland, dat in een bloei-periode verkeerde tengevolge van de uitbreiding van koloniën, veroverd ten koste van achtereenvolgens Spanje, Nederland en Frankrijk. Londen trok reeds in dezen tijd den wereldhandel tot zich.

Evenwel, de Engelsche bouwmeesters bleven vasthouden aan Tudorstijlbegrippen en gebruikten voor het decoratieve deel genoemde vreemdelingen, die, ten minste wat de Duitschers betreft, een ongunstigen invloed uitoefenden. Bovendien waren de vreemdelingen nooit meesters van naam, en maar zelden meer dan handswerklieden, die, onmachtig tot scheppen, gebruik maakten van bestaande plaatwerken voor het maken van schoorsteenen, grafwerken etc.

De Vroeg-Renaissance duurt van 1560—1625, en omvat het tijdperk van de regeering van Elisabeth, Elisabethanstyle; de Hoog-Renaissance (1625—1665) wordt door de Engelschen Jacobeanstyle genoemd, en omvat de regeering van Jacobus I (1603 —1625) en Karei I (1625—1649). De Laat-Renaissance (1655—1750) wordt beheerscht door Klassicisme, Barok en Rococo.

Met den nationalen rijkdom groeit ook de behoefte aan gerieflijker woningen; en vooral de kasteelen van den adel verliezen, als elders, hun weerbaar karakter, en veranderen snel in prachtige landhuizen, die kenmerkend verschillen van de Italiaansche villa's en ook van de Fransche. Bij het Engelsch kasteel wordt niet gelet op monumentaliteit, op gevelbouw of grondplan, maar op de omgeving; Engelsche Renaissance kasteelen vormen, met de hun omringende parken, één geheel, en geven door torens, erkers en aanbouwen, en door den H-vormigen plattegrond uitzicht naar alle zijden.

In de directe kasteelomgeving is het park, onder Hollandschen invloed, aangelegd volgens rechte lijnen en cirkelbogen, met geknipte struiken en hagen; alles omgeven door bosschen en uitgestrekte grasvelden.

Inwendig zijn vooral een of meer lange vertrekken, galerijen, en de hal met trappenhuis van belang, met fraaie in hout gesneden leuningen; voorts was in de vertrekken de schouw het belangrijkste detail, terwijl de muren gedeeltelijk betimmerd waren (lambriseering) of

Sluiten