Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

NEO-ROMAANSCH, NEO-GOTHIEK, NEO-RENAISSANCE, MODERNE BOUWKUNST.

911

Nationale Museum, door Von Seidl, die in dit complex van de meest uiteenloopende stijlen, met hoogen toren in de middenpartij, toch een zekere eenheid wist te brengen.

Barok is het Paleis van Justitie (1897), door Fr. Thiersch. Modern het Gebouw van de Allg. Zeitung (1901), waarmee M. Dülfer bijzonder geslaagd is: het Stadsweeshuis van H. Grassel, en Fig. 1015. scholen van Theod. Fischer (jongensschool te München-Schwabing).

ZWITSERLAND.

In 1855 werd Gottfried Semper tot professor in de architectuur benoemd aan de Polytechnische school te Zürich, waar hij in 1863 een nieuwe school bouwt in vereeniging met den architect Wolff. Van het hoog gelegen gebouw zijn de lange vleugels zeer eenvoudig, drie verdiepingen hoog. Alleen de iets hooger opgetrokken middenpartij is wat rijker opgevat, met zuilen. Ook de Sterrewacht is een werk van Semper. De Beurs (1876), door Alb. Muller is, evenals de Zwitsersche Credietbank, uit hetzelfde jaar door Wanner in Renaissance stijl gehouden, de laatste wat overladen. Zeer mooi is het Concertgebouw (1895) door Fellner en Helmer, beiden architecten uit Weenen. Voor de middenpartij springt een Toskaansch portiek naar voren, terwijl boven Jonische zuilen zijn toegepast.

Winterthar. Het in 1866 gebouwde Raadhuis is van Semper, die de middenpartij als een voorspringend 4-zuilig Korinthisch tempelfront nog meer deed spreken door een fraaie dubbele bordestrap. De beide iets lagere vleugels zijn beneden rustiek, boven door rechthoekige, door tympans gekroonde vensters ingedeeld, en bekroond door een attiek.

Als belangrijk nieuw werk werd in 1912, na een prijsvraag, de bouw van het Museum opgedragen aan Fig. 1022 Rittmeyer en Furrer. Het werd in 1916 voltooid in modernen geest, met gebruikmaking van motieven uit de klassicistische periode.

Bern. Studer ontwierp in 1857 het Bondsraadsgebouw als een Florentijnsch paleis, beneden en op Fig. 1021 de hoeken rustiek, rondboogvensters in drie verdiepingen, en de vierde met een rondbooggaleri) rijk geleed. Het geheel is door een zware kroonlijst afgedekt. De uitbreiding vond in 1902 plaats door Hans Auer, in Italiaanschen-Hoog-Renaissance stijl, met een neiging naar het barokke. In natuursteen uitgevoerd, maakt het gebouw een rijken en grootschen indruk, waarmede het inwendige van de strenge en eenvoudige vestibule in tegenspraak is.

Voor Basel, waar Curjel en Moser dePauluskerk bouwden, is in dezen tijd alleen de moderne Kantonnale Bank, door R. Rittmeyer van belang, terwijl in Genève het Theater valt te vermelden. Dit werd in 1879 door Goss gebouwd in vroegen-Barokstijl: beneden rustiek, wordt boven de 3 traveeën omvattende middenpartij door 8 gekoppelde Korinthische zuilen ingedeeld. De beide vleugels omvatten ieder twee door pilasters gelede traveeën.

OOSTENRIJK EN HONGARIJE.

Weenen. Georg Müller (1822 — 1849), een jong Zwitser, won een prijsvraag voor de kerk te Altlerc h en f e 1 d, begonnen in 1849, en door anderen uitgevoerd. De kerk is Italiaansch-Romaansch opgevat, 3-beukig, met een korten dwarsbeuk en apsis, twee geveltorens en een kruisingstoren. Ludwig Förster(f 1863) bouwt de Synagoge in Moorschen stijl. Het Kunstenaarshuis (1864), in Renaissance stijl, is van Aug. Weber.

Een belangrijk bouwwerk is de Hofopera (1869), door E. van der Nüll en A. von Siccardsburg (beidef 1868). De rondbogenarchitectuur is in Italiaansch-Fransch vroegRenaissance geest. Het hoofdwerk van Theophil Hansen (f 1891) is het Parlementsgebouw (1883), dat een oppervlakte beslaat van 162 X 140 M. Hansen, een Deen, die in

Sluiten