is toegevoegd aan je favorieten.

Onze Roomsche reis

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE VOORGESCHIEDENIS

7

«En, Miel, zit nu maar niet meer zoo ongelukkig te kijken, want ik heb juist vanavond opdracht gekregen, om je hier temidden van al je vrienden mee te deelen, dat je méé naar Rome gaat. Je Ouders vinden het goed!»

Het zalig slachtoffer verschoot, werd bleek en meteen weer vuurrood... 't Werd 'm geel, rood en groen voor z'n oogen... Hij kón maar niet gelooven ... Droom ik of ben ik wakker?... Tot de salvo's van blijde hoera's hem tot bezinning brachten en tot de overtuiging, dat 't heusch de waarheid was... Toen is hij op den spreker afgestormd of hij hem. om den hals wilde vliegen, schudde hem, met stotterende woorden bedankend, de hand en was in een wilden sprong de deur uit, den gang door, de straat op... naar huis... Wat daar verder gebeurd is, waar men den afloop met spanning zat te wachten, heeft geen daglicht gezien. Maar den volgenden middag 23 Oct. 1926 verscheen de bovenstaande speech in den vorm van een kranten-artikel als oproep tot de Ouders der Congreganisten in den «Limburger Koerier», onder den titel:

DE JONGEHEEREN-CONGREGATIE NAAR ROME?

Het werd «the topic of the day». Het algemeen onthaal was sympathiek en gunstig, ofschoon er ook «zware» bedenkingen rezen. Er waren er, die zich bezorgd maakten voor de jongens! Ja, sommigen vroegen zich zefs ernstig af : of... de Paus 't wel bij het rechte eind had, en niet hard mee deed om de Jeugd over 't paardje te tillen!...

De «Limburger Koerier» van 3 Nov. 1926 gaf antwoord op die moeielijkheden en opmerkingen:

«Vooreerst vraagt wellicht iemand: «Zijn onze jongens niet te jong voor zoo iets?*. Wij antwoorden overtuigd: Neen; op 15jarigen leeftijd mogen wij normaal genomen voor Maastrichtsche jongens aannemen, dat hun godsdienstige opvoeding zóó