Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

b. De onderhandelingen over een handelsverdrag.

No. 96. — 1824, omstreeks Augustus 17. — bedenkingen van falck betreffende de onderhandeling over

EEN HANDELSTRACTAAT MET ENGELAND1).

Het oogmerk is de industrie te begunstigen door de wederkeetige toelating van derzelver voortbrengselen.

Op meer dan eene wijze schijnt dit oogmerk te kunnen worden bereikt. Men zoude óf:

i°. kunnen bepalen, dat al die voortbrengselen op de wederzijdsche markten zullen kunnen komen tegen regten, niet te boven gaande een zeker peil, bv. 6 of 10 %, met uitzondering van de Nederlandsche artikelen A, B, C enz. en van de Engelsche artikelen L,M,N enz., welke de contracteerende partijen vrij zouden blijven om respectivehjk door hogere belasting of zelfs door prohibitiëh te beschermen, óf:

20. de artikelen dienen te bepalen, die voortaan bij den invoer uit het eene land in het andere slechts aan een matig, het vertier niet verhinderend regt onderhevig zouden zijn, terwijl op al het overige de wederzijdsche tarieven toepasselijk zouden blijven.

No. ï, waarbij lage regten den regel uitmaken en buitengewoone bescherming de uitzondering, beveelt zich door deszelfs eenvoudigheid aan, maar ik zie vooralsnog niet hoe de zwarigheid te boven te komen is, dat de regten bij ons op zeer vele artikelen en bij de Engelsche op genoegzaam alle niet percentsgewijze van de waarde, maar van het gewigt, het getal of de maat berekend en ingevorderd worden. Al is men het dus eens over het peil van 6 of 10 %, zoo blijft er nog eene omslachtige reductie te bewerkstelligen om te weten met hoeveel van de maat of het gewigt zulks gelijkstaat. Aan een voorafgaande vaststelling deswege bij het tractaat zelve valt, uit hoofde der onzekerheid van de prijzen, niet te denken, en laat men de regeling aan de beambten over, zoo heeft men geen waarborg tegen willekeur en misbruik, die óf wer-

*) r. a., Waterstaat 2367. Posthumus.

Sluiten