Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VIJFDE HOOFDSTUK.

DE KATHOLIEKE KERK CHRISTUS' KERK.

„In de Kerk geldt niet:

Dat zeg ik, dat zegt gij, dat zegt mj,

Maar: Dat zegt de Heer."

S. Augustinus.

De evangelist Marcus heeft ons uit Jesus' prediking een zinrijke parabel opgeteekend: „Het gaat met het Rijk Gods als met een mensch, die het zaad in de aarde werpt; dan gaat hij slapen des nachts en staat op over dag. En het zaad ontkiemt en groeit. Zelf weet hij niet, hoe. Want van zelf brengt de aarde vruchten voort, eerst de halmen, dan de aar, daarna het volle graan in de aar. En als het koren rijp is, slaat hij er aanstonds de sikkel in, want het is de tijd voor den oogst".

Het kiemkrachtige zaad is met kennershand uitge* strooid op den goedbewerkten bodem; het resultaat, de hoop en verwachting van den zaaier, kan niet falen; het rijpen van den oogst kan niet kunstmatig bespoedigd worden; alles moet zijn tijd hebben. Het inzamelen van de te velde staande gewassen, de opbrengst van den akker eischt alleen als noodzakelijke voorwaarde: de „tijd". Zon en regen doen beurtelings hun weldadigen invloed gelden: de landbouwer wacht rustig afl

Wat Jesus den eenling op het hart drukt: „Wees niet bekommerd voor den dag van morgen" 2), dat geldt ook voor Zijn Koninkrijk: het goede zaad zal gedijen en rijpen volgens de geheime natuurkrachten van dat Rijk: „de wind waait waar hij wil."s) De rijke oogst is ten

i) Mc. 4:26—29. *) Mt. 6:34. *) Jo. 3:8.

Sluiten