is toegevoegd aan je favorieten.

De biecht van een bezetene

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zorgbehoefende geliefde. Ik schonk een apéritief, we werden wat doezelig. Zij rookte met mij een sigaret. Ze bleef dien nacht bij me.

Des ochtends vroeg ik haar in onnoozelheid, of ik weer bij haar inwonen zou.

Maar dat kon niet, schrok zij. Want zij had een ongelukkigen camarade bij zich genomen, een mutilé de guerre zonder armen.

,,Hij kan tenminste dansen," probeerde ik te grappen. Maar hij danste niet en zij vertelde mij zonder schroom, dat hij zoo'n stakkerd was en haar niet eens omhelzen kon en zij met hem de actieve was, de man.

„Au pays des aveugles les borgnes sont rois," zeide ik, maar zij begreep mij niet eens en sprak verteederd door over den armen bliksem zonder armen om te omhelzen.

„Henriette," zeide ik bij het afscheid, en mijn stem was ietwat schorrig, „Henriette, goede lieve Henriette, je mag Robert niet verlaten, hij kan niet eens alleen eten. Ik ga op reis, je zult mij in lang niet zien."

Henriette zag bedroefd mij aan, nam mijn gezicht tusschen haar magere fijne handen en zoende mij lang en innig op den mond. Dan legde zij nog eenmaal haar zachte wang tegen de mijne en voelde ik ontroerd haar weldadige warmte en rook haar zoo bekenden intiemen geur.

„Au revoir," klonk het als in fluistering.

„Henriette!"

Zij trok de deur dicht en ik staarde tegen het vervelooze hout, neen zag er doorheen, hoe zij in onnavolgbare elegance de trap afdaalde, die maar even kraakte onder haar lichten tred, een arme dansende vlinder, die mooi wou zijn voor den toevalligen passant.

Alle geluiden verstomden. Ik keerde mij met een totaal verlaten gevoel naar het bed, daar hing haar geur,