Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

43VER HET MAGNETISMUS. ioo

Men kent ook de wanorden, die een levendige en fchielijke indruk op het werktuiglijk gefteï van den mensch veroorzaakt.

De verbeelding bevordert of verhindert de dierlijke werkingen: zij verlevendigt door de hoop, — of, zij verdomt door den fchrik.

In eénertnagt kan zij de hairen doen grijzen. In een oogenblik kan zij ons de fpraak beneemen en wedergeeven. Zij vernietigt en fchept het goede en het Rwaade.

Dit is de verbeelding, die, door de meesten, het Magnetismus tegen overbezet word, en waar aan zij de zonderlinge verfchijnzels van het Magnetismus geneegen zijn toetefchrijven.

Dit gevoelen is op zeer veel waarfchijnlijkheid gegrond; — doch voor mij is bet niet voldoende.

't Is waar, dat, bij het magnetifeeren de verbeelding ten uitterften werkzaam is, doch dat geene, waardoor de verbeelding in werkzaamheid 'gebragt word, is en blijft altoos iets, dat weezenlijk onderfcheiden is van de verbeelding zelf, en waarvan deeze laatfte niet hooger dan een gevolg kan aangemerkt worden.

Onder alle waarneemingen deezer zonderlinge natuurkfagt, welken ik deed, heb ik, er geeri gevonden, zo juist en wel ter fnede, als die van den vermaarden Do&or Gmelin van tieilbruntf, welken, ik hier zal laaien volgen.

(JE-

Sluiten