Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

< 35 P

zen, dat ook die proef hun niet behoorlijk en voldoende genoeg is voorgekomen, zoo min als de voorige proeven die in de Maanden Mei en Junij 1797en dus voor den 16. September, wanneer zij hunne circulaire Misfive afzonden , waren genomen.

Zeker is het ondertusfchen, dat na het inkomen van het eerstgemelde Rapport van den 4. Julij 1797de Burger Jan Voorwinde door hun is gequalificeerd tot het neemen van zoo veele en zoodanige proeven, als nodig zouden wezen, om te ontdekken, of het gerepareerde volkomen bleef ftand houden, of in het goede effect, verminderde.

Dat de Burger Jan Voorwinde voorn., ingevolge die qualificatie, de eerfte proeve op dén 1. November 1797. heeft genomen; én dat den 17. daaraanvoU 'eende van zijne bevinding aan Hoog-Heemraaden heeft rapport gedaan in gefch'ifte.

Een Misfive door denzelven Burger den *. December 1797. 1. 1. aan den Secretaris de Bas in antwoord van de zijne van dato 23. November 1797bewijst dit alles voiledig.

Die Burger zich ook niet onttrekkende aan de Commisfie inlichting ter deezer zaake te geeven, ichrijft het volgendel

„ Het is zeer waarfchijnlijk , dat Hoofd-Inge„ landen ah zijdeling, door iemand,niet gequali„ficeerd, zullen vernomen hebben , dat de be~ £ wu-Ae reparatie aan de meergetn. Sluis van „ goed cffeSt is, en de proef te hebben doorgeftadn.

Hoofd-Ingelanden van Rhijnland den 27. Nov. 1797.beantwoordende den Brief, namens uwe Commisfie aan hun den 23. Növ. 1797. door F. P. de Bas gefchreeven , zeggen in hun antwoord, dateenipen tijd voör dat door hun wierd bepaald den dag der Vergadering van Gedeputeerden Ingelanden, door iemand uit hun midden was bedenking gemaakt op het doorfchutten van de Groote Sluis te Sparendam, zonder dat aan hunne Vergadering was gebleeken, dat het gevaar van Schutten, 't welk voor de bewusre Ca re-

Sluiten