Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 39 >

In de eerfte plaats onderzocht hij nu de wonden, die nog fterk bloedden; hij verbondt dezelven, zo goed hij kon. Thands wilde hij wederom zijnen weg vervolgen, en vatte ten dien einde den Kapitein onder de armen, toen dezen aanyanglijk

wederom tot zich zelf kwam, en de oogen opfloeg. — Waar ben ik hier? vroeg hij —

In goede handen , antwoorde Hamisch; en God zij duizend maal dank,dat gij nog kunt fpreken.-— Ik draag U terftond verder; in een kwartier uur, zijn wij, denk ik, te M .. ..

Help mij toch op, zeide de Kapitein, die onbe» wust was van zijne wonde in de knie.

Ach, goede hemel! (zeide Haanisch) voelt gij dan niet, dat uw knie ftukken gefchoten I»?

Thands eerst ontdekte den Kapitein dit, — Voelt Gij dan geen pijn? vroeg de trouwe Soldaat. — De Kapitein wees hem op de borst; daar, zeide hij, daar brant het. — Waar is ons volk ?

Harn. Met dezen ziet het er flegt uit. Het Regiment is verflrooid en op de vlugt. Een klein gedeelte is naar M .. .. getrokken. Veele zijn gevangen — anderegelheuveld.— Maar ftil eens!.. Hamisch hoorde iemand lopen; — nader komende, zag hij, dat het iemand was uit hun Regiment. Hij riep hem, en deze ziende, dat het zijn kameraad was, kwam nader. — Van dezen vernam hij, dat C 4 het

Sluiten