is toegevoegd aan je favorieten.

Zanglievende uitspanningen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Z I E V E E L

E N

M E R K H A R T.

T W E E Z A N G.

V O O R Z A .N G.

D e ftrenge Louwmaand zou dit fchrikkeljaar verhaten. De heldre zonneftraal blonk op baar' laatflen dag, Toen Merkhart uit zijn ftulp eensnaar de velden zag,

Hij koos een wandeling; fchoon andren huivrig zaten.

Hij ging door Schoonerloo - geen fchaapje dagt aan 't blaaten. 'tWas rondom döodsch op'tland,geen kraai zeifs floeg gewag, Wijl 't glinstrend fneeuwtapijt op 't Leeuwrikzoodje lag.

't Was alles bleek-verkleumd langs dijk en dam en ftraaten.

Hij moest de middaggast bij heusfche vrienden zijn. De Rotte bood hem vuur — tabak — en fpijs en wijn. Hij voelde, zich verkwikt door gulle ftedeliugcn.

Na 't affcheid koos hij op den rug der Maas te gaan, En ftapte aan 't oude hoofd der ftroomftad op de baan. Hier vond hij zie veel juist — die dus begon te zingen.

TJVEEn