is toegevoegd aan je favorieten.

Handelingen van het geneeskundig genootschap, onder de zinspreuk Servandis civibus.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

552 WAARNEEMINGEN.

mogen toefchryven aan een ftilftaanden en wederom gereforbeerden liq. genit., welke,met de masfa der vogten gemengd zynde , zulke wonderlyke, aandoenlyke en verbazende verfchynzelen kan voortbrengen ?

Dog om dit myn denkbeeld aangaande de oorzaaken der hondsdolheid klaarder te doen zien, en door de ondervinding eenigermaate als het ware aan te toonen, zo zy het my geoorloofd te vernaaien, dat ik in het jaar 1770 een klein Engelsch windhondje had, het welk zeer fraai was, maar ook geheel geen wederga vond in het landfchap, alwaar ik woonde, en aldus ook geen gelegenheid had om te paaren.

Ik had dikwyls in dit dier een allerfterkften ftimul. vener. opgemerkt. Maar wat gebeurt? In de maand van Juny op een morgen niets kwaads van dit vriendlyk en menschlievend dier vermoedende, wierd myn zoon, toen 14 jaaren oud, van hem gebeten in een zyner vingeren, by gelegenheid dat hy de hond verjaagen wilde van een bord met eeten, dat voor de katten gefchikt was. De wonde bloedde vry fterk, en ik verbond het alleen met een linnen doekje, als geen vermoeden hebbende van eenig kwaad. Hy toonde ook den geheelen dag geen tekens van dolligheid, at en dronk, alleenlyk maakte hy dikwyls een vreemd geluid, als of hy niesde. Maar tegens den avond viel hy aan op een der katten en beet haar hevig,

en