Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Op dezelfde vergadering werd op voorstel van het Hoofdbestuur de volgende motie bij acclamatie aangenomen :

»De algemeene vergadering, overwegende, dat, in het bijzonder met het „oog op het betrekkelijk schoolverzuim, aanvaarding door den wetgever „van het in bijna alle andere beschaafde landen gehuldigde beginsel van „leerplicht, in het belang van de ontwikkeling en de welvaart van ons volk, „niet langer mag uitblijven ; uit dien hoofde met groote instemming kennis ogenomen hebbende van het thans bij de Xweede Kamer der Staten-Gene„raal aanhangige ontwerp van wet tot invoering van leerplicht; spreekt „den wensch uit, dat dit ontwerp, onverzwakt, zij het dan ook niet onge„wijzigd, spoedig tot wet worde verheven."

Gelijk bekend is, werd de Leerplichtwet in 1901 ingevoerd, waarmee dus weder een jarenlang gevoede wensch van het Nut was verwezenlijkt.

In deze jaren kwam ook een andere tak van het onderwijs de Nutszorg vragen; de cursussen voor Wetenschappelijk Onderwijs buiten de Universiteiten (de z.g. University Extension) kregen belangrijke uitbreiding. Het Hoofdbestuur gaf sprekerslijsten uit en subsidiëerde tal van locale comité's voor dit doel.

De aanneming van de z.g. onderwijsnovelle van 1905, tijdens het Ministerie-KuYPER deed verwachten, dat het aantal Protestantsch-Christelijke en R.K.-scholen zich sterk zou uitbreiden ten koste van de openbare scholen. Het Hoofdbestuur van het Nut meende, dat thans het oogenblik was aangebroken om opnieuw te getuigen van zijn onverzwakte belangstelling in den bloei van het openbaar onderwijs en zijn onverflauwd geloof in de kracht van de beginselen, waarop de openbare school steunt.

De Algemeene Vergadering van 1906 besloot krachtig op te treden, zoowel in zake het lager onderwijs, als het vakonderwijs en het hooger onderwijs. Zij droeg het Hoofdbestuur op zijn werkzaamheden daarheen te leiden dat:

Wat het Lager Onderwijs betreft

ie. overal, waar de openbare school dreigt te woorden ontvolkt en opgeheven, deze zoo krachtig mogelijk wordt gesteund ;

2e. bijzondere, voor allen toegankelijke Nutsscholen op vrijzinnigen grondslag worden opgericht, met name daar, waar de openbare school ten gevolge der nieuwe wet zal worden opgeheven of het peil van het daar gegeven onderwijs te laag daalt;

3e. de opleiding van onderwijzers en onderwijzeressen bij het lager onderwijs wordt verbeterd, hetzij door de oprichting van een eigen kweekschool, hetzij, wanneer daartoe wegens de kosten niet kan worden overgegaan, door de stichting van eenige modelcursussen voor de opleiding voor de hoofdakte.

Sluiten