is toegevoegd aan uw favorieten.

Het geestelijk rituaal der vrijmetselaren onder het Groot-Oosten der Nederlanden

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ling), exoterisch alweder opdat hij niet zal zien wat er met hem gebeurt, iets dieper opdat hij zich van de buitenwereld zal afscheiden, maar esoterisch toch wel voornamelijk opdat hij van dat oogenblik af slechts binnenwaarts zal schouwen, den blik zal richten op het eigen innerlijk, afgescheiden van de uiterlijke wereld.

Inderdaad zal de Cand.\ reeds eerder zijn geblinddoekt, n.1. als hij van de Kamer van Voorbereiding wordt geleid naar de D.\ K.\; dan mag het geschieden door den Geleider, dan heeft de Cand.\ de D.\ K.\, zijn eigen ziel in duisternis, nog niet gezien en is hij nog niet zóó ver dat hij zichzelven blinddoekt, dat hij vrijwillig zijn oogen voor de buitenwereld sluit om ze binnenwaarts te richten. Dan kan de nadruk vallen op de beteekenis van de afgescheidenheid van de wereld buiten hem; bij de tweede maal bij het blinddoeken in de D.\ K.\ — komt de beteekenis van het binnenwaarts richten van de blikken eerst goed tot haar recht als gevolg van het leeren van de spreuk: Ken Uzelven.

In dezen toestand wordt de Cand.\ nu geleid naar de Tempelpoort en dit geschiedt door den Geleider. De symbolische beteekenis van deze figuur, die den wordenden Vrijmetselaar vergezelt tot op het einde van de vijfde reis van den tweeden graad, is zoo hoog dat zij in het oude rituaal eerst in den derden graad wordt onthuld. ,,De Opperbouwheer van het Geheelal heeft den sterveling niet ongewapend de levensreis doen aanvangen; neen, hij gaf hem een Geleider, welken hij veilig volgen kon; die Geleider antwoordt hem altijd, indien hij hem vraagt, welken weg hij moet volgen; hij zwijgt nooit, indien hij met welmeenende vertrouwelijkheid wordt gevraagd. Op al de reizen, welke gij als V.\M.\ gedaan hebt, hebben wij U een Geleider gegeven."

Zoo laat het oude rituaal zich over dien Geleider uit, die ongetwijfeld moet symboliseeren het Goddelijk beginsel in den mensch, sprekend door het gfeweten d. i. het gewetene, dat wat men wel weet als men diep genoeg in zichzelven schouwt.