is toegevoegd aan uw favorieten.

Geschiedenis van de orde der Rozekruisers

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

I. HET ONTSTAAN VAN DE ORDE DER ROZEKRUISERS.

Het onderzoek naar den oorsprong v3ii de Orde der Rozekruisers voert ons in een ver verleden terug. Tereclit schreef Michel Maier iti zijn „Silentium post clamore's", dat de Rozekruisers de opvolgers zijn van de colleges der Indische Brahmanen, der Egyptenarem, der Eleusische Eumolpiden. der Mysteriën van Samothracië, der Perzische Magiërs, der Aethiopische Gymnosophisten, der Pythagoreërs en der Arabieren. Hij nad er kunnen bijvoegen, de scholen der Noo-Platonici (Ammonius Saccas, Plotinus. Porphyrius, Jamblichus, Proclus) de Gnostische Broederschappen, de Albigensen, de Ridder-Orden, de Tempelieren en eenigszins dei secten der Waldensen. der Beggaerden en Hussieten.

Ten allen tijde heeft het mystieke lichit der waarheid geschenen buiten de exoterische leer der verschillende godsdien-, sten. Dragers van dit verborgen licht vóór het optreden der Rosekruisers waren o.a.: Gerhardus van Cremona (rond 1130) de eerste vertaler in het Latijnsch van Aristoteles en Ptolemaeus, Albertus Magnus (1193—1280). bijgenaamd „doctor universalis", de beroemde hoogleeraar van Regensb'irg, Straatsburg. Keulen en der Sorbonne te Parijs; z'ijh leerling de groote Thomas Aquinus (1225—1274), de verdediger van de Hebreeuwsche geschriften tegen de vernielinggewoonte van on-Roomsche werken, PicusdeMirandola (1463— 1494), niet minder „de ^e omni scibiius" dan Albertus Magnus en Reuch1 i n, de schrijver van „De Verbo MJrifico". lioogleerar de Tübingen (1481) len te Ingolstadt (2519). Een ganscli bijzondere plaats tusschen de voorloopers der Rozekruisers wordt ingenomen door Dante Allighieri (1265—1321), zooals verder zal aangetoond worden.

Een rechtslreeksch verband tusschen de Rozekruisers en de Egyptische Mysteriën is in dezen tijd aangeduid geworden door Spencer Lewis. tegenwoordige Imperator van de Rosae Crucis Society in Amerika. Deze verklaart in een studie „History of the Order Rosae

Crucis"1) dat koning Thutmose III (1500—1447 v. Chr,) de werkelijke stichter van de Orde der Rozekruisers waa. en menige van de regels insteldei, die heden nog in gebruik zijn.

Twaalf leden, negen broeders en driel zusters, inbegrepen de vrouw van Thut-t inose„ waren bij de oprichting aanwezig, schrijft Sp. Lewis. De bijeenkom* sten hadden plaats op Donderdag; dien Donderdag voor de volle Maan na de lente werd eene bijzondere ceremonie gehouden, welke met de wijzigingen des tijds. heden nog gevierd wordt op Watten Donderdag. Het zegel van Thutmose'zou steeds bewaard zijn gebleven en zich thans bevinden in het bezit van Sp. Lewis zelf. Een der opvolgers van Tnutmose, Amenoteh III, was de schrijver van een diepe wijsbegeerte en geschriften nog door al de loges ovjer heel de wereld zoo algemee|n gebruikt.."

Onder Amenoteh IV telde1 de Orde 300 leden!, waarvan 62 zusters. Dezie vo. st bouwde den tempel van Karnak, in den vorm van hel ansata-kruis, -y en ontwierp de symbolen, inbegrepen de roos en de rijzende Maan, die hedein nog de wijsbegeerte der Rozekruisers uitdrukken.

Hierbij kan worden gevoegd, dat de koningen van Egypte, die tevens ingewijden waren, eene groote wetenschap bezaten, welke laler verloren ging. Zij wisten de metalen in goud om te zefcleh, kenden de chemische kleurindustrie, cm hadden het geheim van het vloeiend vuur en springstoffen, hetwelk enkel als verdedigingsmiddel tegen vijandelijke aanvallen gebezigd werd. Wetenschap ging gepaard met wijsbegeerte in de Egyptische mysteriën. De Koninklijke Kunst had aldus de beteekenis van Levenswijsheid en Natuurkennis, in 't bijzonder de Chemie. Aan de scholen der Egyptische mysteriën kwamen later de Griekscho wijsgeeren esoterische en hermetische leeriingen ontvangen, toen de OrphSsche

*) Zie „Tlie Channel", 1915—'16 nrs. 3 en 4.