is toegevoegd aan je favorieten.

Nederlandsche volksoverleveringen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

5

lijk op de valsche schaamte, dat de naam van den zegsman vermeld zal worden; Ik herinner U hierbij aan de voorrede van Johan Wilhelm Wolf s boek, waarin hij schrijft over 't verzamelen van sagen in Vlaanderen: Einem keuschen Noli me tangere gleich zog sich der noch mit alter Treue an seinen Sagen hangende Landmann meist scheu zurück, wenn wir ihm etwas von seinen Schatzen entlocken wolken de tegenstelling is ook mogelijk. Ik denk aan de typische figuur het Doedeltje, aan wien ik veel wetenswaardigs betreffende het intieme leven van schippers en riviervisschefs dank, die 't als een soort reclame voor zichzelf opvatte, als hij werd geportretteerd en zijn woorden werden weergegeven. Immers, de stuivers en de dubbeltjes, die hij ontving, waren hem altijd welkom. Maar meestal staat men in ons volk tegenover menschen, die een grooten afkeer hebben van afbeelding en drukpers, en van wie men 't vertrouwen dan ook langzamerhand moet winnen, met geduld, voorzichtigheid en kieschheid. Het is I daarom voor mij niet verwonderlijk, dat de volkskunde zoo ge-\\ westelijk wordt beoefend. Ik geloof, dat als volkskundigen gelijk! Mejuffrouw C. Elderink en gelijk de heer J. J. van Deinse in Twenthe op het pad gaan, zij gemakkelijk de lieden aan het' praten krijgen; dit moet niet anders geweest zijn met August Sassen in de Peel, met de Wall Perné op de Veluwe, met Ds. Beks in Westeremden, met Waling Dijkstra in Friesland. Kennis en inzicht van aard en medevoelen van denkwijze is niet steeds voldoende; begrip van dialect of taal, het liefst meesterschap hier over, zijn bijkans onvermijdelijke eischen. Geheel onjuist lijkt mij bijvoorbeeld de methode van J. G. von Hahn, bij het verzamelen der Grieksche sprookjes: deze liet namelijk in de vacantie zijn leerlingen van 't Gymnasium te Janina de sprookjes verzamelen en opschrijven, zonder zelf ook maar een gering deel te exploreeren. De verzamelaar noemt het zelf: vertalen. Ik kan dus de lofuitingen van Paul Ernst op zulk een schrijver niet geheel en al begrijpen, en van te voren bestrijd ik eiken volkskundige, die

*) Wolf schrijft dit m. i. ten onrechte toe aan den Franschen invloed. Hetzelfde verschijnsel vindt men bij den Nederlander, die nog nooit Fransch heeft hooren spreken.