is toegevoegd aan uw favorieten.

Het wazige land

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

I.

Het ochtendlicht schoof gul door het hoog-opgetrokken venster, en de potbloemen op de lage vensterbank gingen wijder open, de kamer-dingen glansden.

Jud Eerden boog zich onrustig over het witte blad van de waschtafel, naar de spiegel enlachte minachtend. Er waren roode vouwtjes in haar ooghoeken, en haar mond trok.

„Vannacht weer 's gek geweest," concludeerde ze, „natuurlijk, en erg ookl Ellendig..! Als Hopman 't zag of Ter Laar, och jee, in 't speelkwartier, het onderwerp. De biggetjes zouën vandaag ook weer te lijën hebben van haar humeur. Juffrouw Feeks, jawel, kinderen waren wreed-eerlijk."

Jud nam de lampetkan op en goot water in de waschkom, duwde haar gezicht gulzig in het koele nat. I

„God, zoo miserabel ook," viel haar in, „dat wakkerliggen zoo'n lange .. . lange nacht, en die ongemotiveerde snikbui... Lam, dat futloos je maar laten gaan. Och nee, dat toch ook nog 't ergste niet, maar 't knoeierige gevoel van je aftakeling op de dag, dat 't fnuikendste..." Ze droogde ruw het gezicht af, verstak een kam boven de dikke vlechtenknoedel in de hals, en trok haar bloese aan.

5