is toegevoegd aan uw favorieten.

Onder de tropenzon

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

open voorkamer-gordijnen de schim van z'n moeder, haar zachte profiel en het zilveren haar....

— Moeten we 'r niet ergens uit? vroeg Go, even beroerend z n

arm.

— Nee, nog niet, mompelde hij.

Niet naar huis nog, ging hem door z'n hoofd. Eerst alleen met haar, uitstorten wat hem drukte.... Hier in de tram, met allemaal menschen om je heen, ging 't toch niet.

Tot de laatste halte bleef-ie zitten.

Daar nam hij haar mee den Amstelveenschen weg op, waar 't niets meer leek op vroeger. Allemaal nieuwe huizen, een plein, heele nieuwe straten. Rechts een klein station voor den lokaal-dienst naar de Haarlemmermeer. Verderop links de nieuwbakken stadion-muren. Alleen het kleine stoomgemaal om het Vondelpark te bemalen, dat stond er nog deemoedig 'n eindje terug, rook-beslagen en oudsig de muurtjes en de korte schoorsteen.

— Wat gaan we eigenlijk doen? vroeg Go.

Toen vertelde Bert haar. Aan één stuk door praatte hij, gooide eruit het lang-opgekropte in 'n storm van woorden, droevig-ernstig, hartstochtelijk.

Go luisterde maar....

— O Bert, wat vreesehjk....

Even bleef ze wachten, en hij bleef ook stroef-gesloten als had-ie niks meer te vertellen nou. Go begon: , .

— Maar kon de dokter heelemaal geen hoop geven? .... t Zal

toch niet blijven....

Omdat hij strak naar haar lippen dorst kijken nu, en toch met goed haar scheen te verstaan, kreeg ze 'n kleur, vervolgde terwijl haar stem heesch oversloeg van het luide spreken:

— Denk-je niet dat 't beter zal worden....

— Bi kan 'r niks van zeggen. Voorloopig thuis blijven, rust houën, onder behandeling.... Bi heb-je alles verteld wat ik weet.... En,

226

226