is toegevoegd aan uw favorieten.

In de verstrooiing

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een mooi thuis! Nu al vlaste ze er naar, weer weg te komen. Het besef van hare vrijheid, anders dan vroeger, maakte verblijf, hoe kort ook, onder dit dak mogelijk.

Zij, ze was... anders, van kind af was ze anders geweest. Toen heette het aanstellerij. Hoe ze zoo gekomen was... Ma zei, ze had het van haar moeder, maar die was vroeg getrouwd, die was jong moeder geworden. Zij, Til, werd geboren op moeders negentienden jaardag. Moeder had zich geschikt naar pa's wenschen. Van ma wist ze, dat dit wel moeite had gekost. Bij ma had moeder haar hart uitgestort. Brieven van moeder ook had ma bewaard. Zorgvuldig waren ze opgeborgen in de linnenkast tusschen de eigenaardig geurende, witte stapeltjes. Til had er om gevraagd, mocht zij ze niet meenemen... ? Ma had verdrietig geaarzeld: neen, dat had ze liever niet. Later natuurlijk, na haar dood, dan waren ze voor Til. Nu kon zij, zwervelinge, ze eens verliezen ... Voor ma was dit de band met het verleden, de levend gebleven herinnering aan eigen jeugd, den eenigen tijd, dat ze waarlijk had geleefd.

Traag kleedde Til zich uit. Nu was ze niet gehaast, niemand wachtte haar. Ze dacht aan Max, wat die nu zou doen, en onderwijl keek ze naar buiten in de kale leegte tusschen de gladde huizen, waar vele vensters bleek licht doorlieten. Til had de gordijnen open en het vertrek in het duister gelaten, daar van buiten voldoende schijn naar binnen drong.

Nauwelijks lag ze te béd of zacht werd op de deur getikt, die aanstonds ma doorliet. Til had haar gestalte dadelijk tegen den gangwand herkend. Ze gaf een kreetje van blijdschap en trok ma op den bedrand.

Deze legde een vinger op den mond:

S—675

113