is toegevoegd aan uw favorieten.

Indonesische en Indische democratie

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eene gelijkheid, die herinnert aan Multatuli's opmerking dat voor den Hollander van de batig-slot-periode alle Javanen geel waren, rijst aten en hard werkten.

Na langeren tijd onder de palmen begint hij echter door te dringen tot de waarheid, dat tusschen die uiterlijk-voor-onsgelijke menschen diepgaande verschillen bestaan; verschillen, deels tot uiting komende in eene meerdere aanspraak op eerbied, beleefdheid, enz. van de eene persoon tot de andere; deels blijkende uit het feit, dat voor de jonge dochter van den één een veel hoogere bruidsschat betaald moet worden dan voor die van den ander; doch vooral bestaande in het verschil in politieken invloed op de regeering van de Indonesische rechtsgemeenschappen. Hij merkt, dat, moge er ook in vele streken sprake zijn van een autocratische, despotische overkapping, meestal van vreemden oorsprong, onder die overkapping de bevolking bepaaldelijk invloed heeft op de regeering, omvattende bestuur, rechtspraak en somtijds regeling van hare eigene rechtsgemeenschap; de leden der bevolking echter niet in gelijke mate; eveneens blijkt de bevolking invloed te hebben op de besturen van vereenigingen, hetzij met of zonder overheidskarakter en in geringe mate ook op de regeering vaneenige vorstenrijkjes.

Hem wordt daarbij geopenbaard, dat deze democratie, hier opgevat in den zin van invloed van het volk op bestuur, rechtspraak en regeling 1), in Indië anders is, andere wegen volgt en andere vormen aanneemt dan in het Westen; dat, waar de Inlandsche maatschappij „van totaal anderen bouw is dan de Europeesche, en een geheel anderen ontwikkelingsgang en geschiedenis heeft doorloopen, ook andere dan de Europeesche vormen en leuzen van democratie noodig heeft," *}

Doel van dit geschrift is nu, om door zakelijke gegevens deze andere wegen en andere vormen te laten zien; om deze Indonesische democratie in hare elementen te ontleden en uit te stallen. Wil een Indisch gast mij na lezing tegenwerpen, dat hem dit democratisch Indië vreemd is, dan kan ik daarop slechts antwoorden, dat ik hier niet spreek over het Indië van contractkoelies, havenarbeiders, djongos, sadokoetsiers, enz,, van groote cultuurondernemingen, suikerfabrieken en handelskantoren.

*) ProL Struyken vat in „Administratie of rechter", 1910, blz. 16, noot 1, democratie in beperkt eren zin dan hier op; als „den staatsvorm, waarin rechtens op een of andere wijze de bevolking beslist over de organisatie van het staatsgezag en de leidende regeeringsbeginselen."

') Lekkerkerker in „de Groene Amsterdammer", «Ld. 8 Maart 1919.