is toegevoegd aan uw favorieten.

Ontwerp en gewijzigd ontwerp besmettelijke ziektenwet 1924, en de daarbij behoorende stukken, vergeleken met de bestaande wetten van 1872 en 1884 tot regeling van de bestrijding dezer ziekten en van aantekeningen voorzien

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

W. 72, artt. 27, 28

114 O. en G. 0. 24, artt. 32, 33

BEVOEGDHEID VAN AANGEWEZEN GENEESKUNDIGEN ENZ. TOT BLNNENTBEDEN VAN SCHOLEN, WONINGEN ENZ.

Wet 1872 artikel 27.

Bij het verschijnen van besmettelijke ziekten2 zijn de voorzitter, de secretaris en de leden van den Gezondheidsraad in het geheele Rijk, de inspecteurs en de leden van de gezondheidscommissiën binnen hun ambtsgebied bevoegd, de woningen der ingezetenen binnen te treden.

Wanneer in het in het eerste Ud van dit artikel omschreven geval eene woning moet worden binnen getreden tegen den wU van den bewoner, kan de aldaar bedoelde bevoegdheid slechts worden uitgeoefend op vertoon van een schriftelijken bijzonderen last van den kantonregter of van den burgemeester en in bijzijn van den kantonregter, den burgemeester, een wethouder der gemeente of een commissaris van politie.

Van dit binnentreden en van de redenen die daartoe geleid hebben, wordt door dengene, die deze handeling heeft verricht, proces-verbaal opgemaakt en binnen tweemaal 24 uren aan den ingezetene wiens woning is binnengetreden, in afschrift medegedeeld.

De in het tweede Ud van dit artikel bedoelde last hondt in voor hoe langen tijd hij geldig is en mag niet tusschen zonsondergang en zonsopgang worden uitgevoerd, tenzij hij inhoudt, dat de uitvoering daarvan te allen tijde mag plaats hebben.

Ontwerp 1924 artikel 32 *.

1. Indien een besmettelijke ziekte voorkomt of indien gegrond vermoeden bestaat, dat zij voorkomt2, zijn de hoofdinspecteur en iedere inspecteur, benevens de door den burgemeester op advies van den inspecteur aangewezen geneeskundigen, binnen hun ambtsgebied bevoegd de woningen * der ingezetenen binnen te treden. De door den burgemeester op advies van den inspecteur aangewezen geneeskundigen 1 zijn in de gestelde gevallen medebevoegd alle scholen en andere tot het geven van onderwijs bestemde lokalen, kinderbewaarplaatsen, gestichten van Uefdadigheid, weeshuizen, herbergen, logementen, slaapsteden, voer- en vaartuigen, fabrieken, werkplaatsen, magazijnen, winkels, gevangenissen, ziekeninrichtingen, badhuizen en eethuizen binnen te treden 4.

2. Wanneer in het in het eerste Ud van dit artikel omschreven geval een woning of een bewoond vaartuig moet worden binnengetreden tegen den wil van den bewoner, kan de aldaar bedoelde bevoegdheid slechts worden toegepast op vertoon van een schriftelijken bijzonderen last van den kantonrechter of van den burgemeester. (Zie G. O.)

3. Van dit binnentreden en van de redenen, die daartoe geleid hebben, wordt door dengene, die deze handeling heeft verricht, procesverbaal opgemaakt, dat binnen tweemaal vier en twintig uren aan den ingezetene wiens woning is binnengetreden, in afschrift wordt medegedeeld.

114