is toegevoegd aan je favorieten.

Afke's tiental

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De kleine Pop.

't Was heel stil in de anders zoo drukke kamer. Poes lag te spinnen tusschen de geraniums op de vensterbank. Oude Saapke, de baker, zat half te dutten bij de tafel.

Daar klonk een héél fijn, klagend stemmetje uit een hoek van de kamer: „E-ê-lê-lê!" en meteen verscheen er een magere hand tusschen de dichtgeschoven gordijnen van een hooge bedstee, waarvan de deuren openstonden.

„Saapke, de kleine jongen is wakker. Toe, laat me hem eens zien!"

Saapke stond langzaam op en waggelde naar den hoek, vanwaar het stemmetje zich liet hooren. 't Kwam uit een kist, die in een hoek bij 't bed stond, en die door moeder-zelf keurig bespijkerd was met blauwe stof, met een laag oude lappen er onder. Haar tiende kindje moest toch een lekker zacht nestje hebben, 't arme kleine ding, al schoot er geen echt wiegje voor hem over! De oude „nane" toch was totaal versleten, en voor een nieuwe had moeder geen geld. 't Was al moeielijk genoeg om rond te komen en al die hongerige mondjes eiken dag, zoo als 't ging, te verzadigen!

En zoo had moeder Afke dan van die oude,