Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

33

, Verder naar 't zuiden," antwoordde de vischdief, „op Tolen!"

„Dat kan niet," zei Jan ongeloovig. Maar Kawa antwoordde: „Meeuwen vergissen zich niet, meeuwen vergissen zich nooit. Ze zijn de beste visschers van de wereld, en als ze een visch zien, dan pakken ze dien tegelijkertijd. Wij gaan naar Tolen, het land van mossels, oesters en suikerbieten." Ernstig ongerust maakte Jan zich natuurlijk niet.

Op Tolen vond hij geen Vader-Ooievaar, maar wel evenals in Bergen op Zoom, lekkere ansjovis en.... ongezouten.

Ze zaten bij elkaar, toen plotseling de meeuw weer op hen afkwam. „Ik heb me vergist — voor 't eerst van mijn leven," riep ze, „en uit spijt hierover zal ik je helpen zoeken."

Terwijl ze voortvlogen, merkte Jan al gauw, dat de meeuw niet tevreden was. Ze kon het blijkbaar niet verkroppen, dat de menschen de reuzen hadden geholpen, en dat ze van al die kleine eilandjes zulke flinke, welvarende landen hadden gemaakt. . „Wat blijft er van de zee over?" bromde ze. „Land! En wat verbouwen ze daar? Aardappels en tarwe en suikerbieten en uien en gerst en haver en boonen en erwten, maar spek voor mijn bek, ik bedoel vischjes voor mijn snavel, brengt het niet meer op. Vroeger verbouwden ze er ook meekrap, dat leverde een roode verfstof op, waarmee jij je pooten kon verven, •Jan, <lie zijn toch verkleurd. Maar tegenwoordig maken ze anilineverfstoffen van allerlei kleuren uit koolteer in de Duitsche fabrieken goedkooper, en daarom was 't met de meekrapteelt uit "

Dat was een ontevreden meeuw! Kawa hield zich ernstig. Ineens zei hij met een effen gezicht:

„En de calamiteuse polders, wat zeg je daar van?"

„Ja," riep de meeuw kwaad, „daar begrijp ik niets van! In Zeeland zijn polders, die noemen ze calamiteus. Ik kan 't bijna niet uitspreken, 't beteekent noodlijdend. Om zoo'n polder te behouden, maken de domme menschen groote kosten, veel grooter dan de polder waard is. Waarom laten ze die calamiteuse polders niet voor de vischvangst over?"

cohen en keuning, Ons mooi en nijver Nederland, IV. 3e druk. 3

Sluiten