is toegevoegd aan uw favorieten.

De nieuwe Loohof

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

92

dominee bent geworden. Maar houd voor mijn collega's liever geen preeken. De menschen zijn in den tegenwoordigen tijd daarop niet gesteld: ze hebben in het veld er te veel van gekregen."

„Mijnheer Haverzaad, maak nu maar, dat je drommels gauw wegkomt! Anders smijt ik je een laars naar je bol!"

Frits verdween, maar hij stak nog eenmaal zijn hoofd om de deur. „Ik heb alleen nog maar een kleinigheid vergeten. Als u soms nog een beetje tabak hebt — echte natuurlijk, geen beukebladeren en niet van het merk „Duitsch eikenbosch" — dan was het niet kwaad, als u er een dikken buidel vol van meebracht Dan stoppen wij ons daar allemaal een pijp van, uzelf natuurlijk op uw beurt ook, en dan rooken wij gezamenlijk de vredespijp, zooató de Indianen doen, als zij zich weer verzoenen. Een lekkere maaltijd, rundvleesch met appels, en een goed pijpje tabak daarna, dat stemt de menschen tevreden en gemoedelijk."

„Ben je nog niet weg?" riep Otto en greep naar den inktkoker.

Frits was nu werkelijk verdwenen.

Eenige minuten later begaf Otto zich op weg.

Hij vond de mannen in de eetzaal bijeen. Eenigen speelden kaart, één hing in zijn stoel te slapen en een ander bladerde in een boek uit de boekerij. De sigarenmaker schreef in zijn notitieboek.

„Goeden avond."

De groet werd door twee of drie der aanwezigen zonder eenige toeschietelijkheid beantwoord.

„Mijnheer hier is de eigenaar," zoo stelde Frits den binnenkomende voor.

„Nu, heeft het goed gesmaakt?" vroeg Otto.

„Best," zei iemand. Eenige anderen knikten.

„En is de huisvesting eenigszins naar genoegen?"

„'t Is hier ten minste warm," zei iemand, die dicht bij de rood-gloeiende kachel zat en bijna stoofde.

„Neem plaats, als 't u blieft," inviteerde Konitzki.

„Dank u," zei Otto en ging aan de tafel zitten.

Na eenige oogenblikken greep hij in zijn zak en legde een vollen tabaksbuidel op tafel. „Als misschien deze of gene