is toegevoegd aan uw favorieten.

Voorlezingen over de economie

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

108

trois se présentent Combien pour votre travail ? Trois francs; j'ai une femme et des enfants. — Bien. Et vous ? Deux francs et demi: je n'ai pas d'enfants, mais j'ai une femme. A merveille. Et vous? Deux francs me suffiront: je suis seul. A vous donc la préférence. Oen est fait: le marché est conclu! Que deviendront les deux prolétaires exclus? Ils se laisseront mourir de faim, il faut 1'espérer. Mais s'ils allaient se faire voleurs ? Ne craignez rien, nous avons des gendarmes. Et assassins? Nous avons le bourreau. — Quant au plus heurreux des trois, son triomphe n'est que provisoire. Vienne un quatrième travailleur assez robuste pour jeüner de deux jours 1'un, la pente du rabais sera descendue jusqu'au bout: nouveau paria, nouvelle recrue pour le bagne, peutêtre!«

De alleenheerschappij van de wet van vraag en aanbod wordt in "de werkelijkheid niet aanschouwd en zij mag niet aanschouwd worden. Haar invloed kan niet worden geloochend, maar met Toynbee moet worden geprotesteerd tegen het monopolie van »the brutal accident of supply and dem and.« ^

De invloedrijke beteekenis der wet mag mitsdien niet worden voorbijgezien. Vooral de intensiteit der vraag, die van de ondernemers uitgaat en na den economischen opbloei in de tachtiger jaren der vorige eeuw zich zoo sterk uitzette, is van gewicht Op het aanbod oefent uiteraard de gang der bevolking sterken invloed en eveneens komt het aan op de waarde, welke de arbeid voor den arbeider zelf heeft wanneer hij voor eigen rekening den arbeid aanving. In dit opzicht verkeert de arbeider in ongunstige positie, want de bezitlooze arbeider kan moeilijk op eigen rekening in het productieproces plaats nemen. In dun-bevolkte