is toegevoegd aan uw favorieten.

Mevrouw Bovary

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

MEVROUW BOVARY.

113

der stijve kappen van de goede zusters, neergeknield voor haar bidstoel; 's Zondags, bij de mis, als zij het hoofd ophief, zag zij het liefelijk gezicht van de Heilige Maagd opschemeren tusschen de blauwe kronkelingen van den opstijgenden wierook.. De verteedering kwam over haar: zij werd deemoedig en voelde geen verlet In zich, als een vogeldonsje, dat rondd warrelt In den storm; onwillekeurig sloeg zij den weg naar de kerk in, bereid boete te doen, welke dan ook, als haar ziel er maar geheel van werd vervuld en haar bestaan er in verdween.

Op het kerkplein kwam zij Lestiboudois, die van het luiden terugkeerde, weer tegen, want, om geen uur verloren te laten gaan, liet hij nu en dan zijn werk in den steek om het later weer te hervatten, in den tusschentijd voor het Angelus luidende. Wanneer hij wat vroeger luidde, diende dit om de jongens te waarschuwen voor den catechismus.

Eenlgen, die reeds aan zijn klokgelui hadden gehoor gegeven, knikkerden op de steenen van 't kerkhof. Anderen, ruiter te paard op den muur zittende, bewogen hun beenen, met hun klompen de hooge brandnetels aftrappende, welke waren opgeschoten tusschen de kleine omheining en de laatste graven, 't Was 't eenige groene plekje; overal elders zag men niets dan steenen, voortdurend met een fijne stoflaag bedekt, ondanks den bezem der sacristie. De kinderen holden er rond als over een voor hen gemaakten parketvloer en hun vroolijk geschater klonk op temidden van het klokgebons. Het hield op met de schommelingen van het groote touw, dat, uit den klokketoren afhangend, gedeeltelijk over den grond sleepte. Zwakke kreten slakende vlogen de zwaluwen op, de lucht doorklievende om weldra in hun gele nesten, onder het dak, terug te keeren. Achter in de kerk brandde een lamp, d. w. z. een nachtpitje in een hangend glazen lampje. Uit de verte scheen het licht een witte vlek, die boven de olie zweefde. Een breede zonnestraal schoot door het ruim en maakte de lage kanten en hoeken nog somberder.

— Waar is de pastoor? vroeg mevrouw Bovary aan een kleinen jongen, die bezig was het loszittend tourniquet heen en weer te schudden.