is toegevoegd aan uw favorieten.

Geboortevloek

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het begin was ik wel eens bang, dat onze omgang gevolgen zou hebben, maar Eduard stelde mij lachend gerust, — dat zou niet gebeuren, daar kon ik hem geheel in vertrouwen. Thuis versprak ik mij soms bijna, dan wilde ik „Eddy" zeggen en bedacht mij gelukkig net bijtijds, dat het „oom" moest zijn. Daar Mama blijkbaar geen achterdocht had, werden wij steeds stoutmoediger. Soms kwam hij onverwachts in mijne kamer, wanneer hij wist, dat Mama iemand bij zich had, soms ook bracht ik hem een kop thee in zijne kamer, daar hij beweerde, te moeten werken en niet beneden te kunnen komen. Naarmate wij aan onze verlangens toegaven, werden zij sterker. Wij stelden ons niet meer tevreden met den Zaterdag te Arnhem en de vluchtige kussen en liefkoozingen thuis; zoodra wij maar even gelegenheid hadden, waren wij samen. Eindelijk begon Mama iets te vermoeden. Van toen af had ik geen leven meer. Overal was zij om mij heen, ik mocht niet meer alleen uit, het was een gevit van belang. Alleen de Zaterdag bleef ons nog over, dat was dan ook een feestdag bij uitnemendheid! Op zijn bureau waren wij vrij en konden ongestoord onze liefde genieten. Naarmate Mama meerdere aanwijzingen meende te bespeuren, welke hare achterdocht bevestigden, werd haar humeur slechter. Voortdurend had zij aanmerkingen op mij en altijd in Eduard's bijzijn. Ook tusschen Mama en Eduard was de verhouding zeer gespannen. Ik zag natuurlijk wel in, dat Mama gelijk had, mij van Eddy af te houden. Eddy was getrouwd en kon niet scheiden, er kon dus niets van komen. Het was nu eenmaal haar plicht, over mij, te waken. Maar toch wrokte er iets in mij, namelijk: dat zij waarlijk wel beter op zichzelf had mogen passen. Wat had zij zich altijd met mij te bemoeien, zij had mij een mooi voorbeeld gegeven!

84