is toegevoegd aan uw favorieten.

Studiën en aanteekeningen over Nederlandsche politiek (1909-1919)

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

io8

EEN MEERDERHEIDS-KABINET NIET MOGELIJK.

en die o zoo gaarne hun kiezers nog iets anders zouden willen aanbieden dan naakte leer.

Aan de partij is zoodoende de toekomstverwachting in hare zuiverheid gebleven, maar aan anderen laat zij het heden. Die anderen mogen het zich voor gezegd houden, dat er met dat heden iets moet worden gedaan. Het kan niet de plicht van liberalen zijn, op dit oogenblik zich te verschuilen of stil te zitten.

EL

Had dus de concentratie na de weigering der socialisten de kabinetsvorming toch maar moeten aandurven?

Mij dunkt van neen. Aan een kabinet uit de parlementaire meerderheid was door die weigering de grond ontzonken. Zien wij wel, dan kan er in ons land van normale parlementaire meerderheids-kabinetten moeilijk meer sprake zijn, omdat normale parlementaire meerderheden zelve gaan ontbreken. Meer en meer zal men zich in de noodzakelijkheid gesteld zien kabinetten te . vormen die wel rekening houden met bepaalde kiezersuitspraken, ! doch zich niet als het werktuig van bepaalde partij-organisatiën aandienen. Het parlement is te zeer verdeeld, wisseling van combinatiën wordt in de toekomst te zeer mogelijk, dan dat het kabinet voortaan nog het uitvoerend comité eener in samenstelling en getalsterkte onveranderlijke meerderheid zal kunnen zijn. Zelfs de rechter-coalitie is veel minder hecht dan zij het gedurende de achter ons liggende jaren gaarne schijnen wilde. Haar cement is feitelijk de schoolwetpolitiek, en zonder dit cement ware zij lang uit de voegen. Zoo dikwijls zij meer beproefd heeft dan subsidiejacht voor het bijzonder onderwijs, is haar innerlijke verdeeldheid steeds aan het licht gekomen, en nimmer scheen zij meer ontredderd dan na de jongste nederlaag. Den dag na de herstemmingen zoo te zegen, zien wij de Standaard de tariefsherziening overboord werpen, en de knapste der jongere katholieke publicisten1) schrijft op Heemskerk's grondwetsherziening een vernietigende kritiek. Nóch de heer Heemskerk, nóch de heer Talma, nóch de heer Kolkman willen of kunnen een zittend kamerlid hunner partij doen opstaan om hun de plaats in te ruimen waarop „ons Christen-

!) Mr. Struycken.