is toegevoegd aan uw favorieten.

Aangename uren : leesboek voor gymnasia, hoogere burgerscholen, kweek- en normaalscholen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ERFGENAMEN.

't Is huivrig in de kamer. — Wagglend spreidt De roetkaers, op de tafel, om zich heen Een nauwen kring van flets, spookachtig licht, En laat al 't oovrige in het donker, of Het wegsmolt in den eindloos-zwarten nacht.

Het huisgezin zit roerloos-stom; en door Dat somber zwijgen klinkt slechts de ijzeren tik Der hangklok, grijnzend: „Over wel en wee Gaat, even ongeroerd, de tijd voorbij."

De dood is hier geweest: op 't polderken

Daar nevens, onder 't veege laken, ligt

Het oudste kind, een knaap van veertien jaar.

Ginds zit de Vader, schrijlings op een stoel,

Het aangezicht naar den muur gekeerd, en 't hoofd

In beide handen drukken. — Immer waalt

Dat woord des doctors hem door 't gloeiend brein: „Het jongsken had een zwakke borst; het is De stiklucht der fabriek, die 't heeft gedood." — „En," zoo verwijt zijn bloedend hart hem, „gij, Gij zelf hebt ter fabriek uw kind geleid!"

Hier, bij de tafel zit de Moeder. — Naar De deur, waarachter thans heur dierste schat Gestrekt ligt óp zijn lijkstroo, staart heur oog