is toegevoegd aan je favorieten.

Leesboek voor gymnasiaal, middelbaar en voortgezet lager onderwijs

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

299

HANNIBAL.

Daar op den ruwen kant der Alpen, als een slang in pijnlijk zwoegen opwaarts kronkelend, wild omstoven door sneeuwjacht, klimt langs steile rotsen, diepe kloven, het heir van Hannibal reeds uren, uren lang ...

En ijshjk wordt de kamp en eindloos schijnt het sloven en wroeten; wanhoop grijpt hem aan; wijl rang aan rang bezwijken, huilt de wind den sombren doodenzang, en 't oproer zwelt en 't leger staakt den tocht naar boven..

Vol spijt aanschouwt de held die laffe muiterij,

die 't reuzenwerk vernielt, zoo na bij 't doel gekomen;

hij spreekt; wat diepe toon van sombre razernij!

De ontgloeide scharen rukken de bergen over, stroomen I taal jen in; haar strijdzang dreunt als 't stormgetij... Ginds, aan den Tiber, beeft het nooit verwonnen Romen.

PROSPER VAN LANGEN DONCK. Uit: Verzen — Amsterdam, W. Versluys.

DE ZWERVER.

Door den leegen kouden akker loopt een oude, arme stakker, zoekend in den harden grond of-ie geen petatters vond.

Wroetend gaan de zwarte handen, klapperend de zwarte tanden, gulzig glimt de grauwe mond of-ie geen petatters vond.