is toegevoegd aan uw favorieten.

Ontwikkeling van de bedrijfsorganisatie in de typografie

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

101

breuk te vermijden, zal op hun besluiten wel invloedx) gehad hebben de overweging, dat zij bij een strijd niet alleen de patroons, doch ook de neutrale en de confessioneele arbeidersbonden tegenover zich zouden vinden.2)

Aan den anderen kant zou het met dit 3e collectief contract waarschijnlijk misgeloopen zijn, als de confessioneele patroons niet, naast hun vertegenwoordiging in den Bond van Boekdrukkerijen, tevens hun eigen Bonden in stand hadden gehouden. Immers dan ware het voor hen bijna niet mogelijk geweest vooraf overleg te plegen en de verlangens der arbeiders nog eens aan eigen beginselen te toetsen.

Wat betreft de verhouding tusschen patroons en arbeiders moeten wij in het jaar 1920 nog enkele gebeurtenissen aanstippen. In de eerste plaats de politieke staking ter gelegenheid van de anti-revolutiewet. Het Nederlandsch Verbond van Vakvereenigingen, waartoe ook de A. N. T. B. behoort, had de aangesloten bonden opgewekt tot een ééndaagsche demonstratieve staking in Amsterdam, Rotterdam en Den Haag. Het in het onderhavige collectief contract ten aanzien van de contracteerende bonden opgenomen verbod tot het organiseeren, steunen of gedoogen van werkstakingen gold alleen Voor stakingen, ten doel hebbende verandering in het contract te brengen of haar aanleiding van eenig geschil, tusschen arbeiders en werkgevers. Het organiseeren of gedoogen van een politieke staking was dus aan de contracteerende bonden niet verboden.3)

!) Zie hiervoor ook een sterke aanwijzing in het verslag van de 53ste Bondsvergadering van den A. N. T. B., bldz. 2, tweede kolom.

2) Hieraan doet niets af het feit, dat de A. N. T. B. alleen, meer leden telt dan de 3 andere typografenbonden samen.

Immers overweldigend is die meerderheid niet. (Thans + 11000 teeen ± 7000).

Wij mogen tevens niet verzuimen aan te teekenen, dat de hier genoemde argumenten voor afzonderlijke confessioneele arbeidersorganisaties in veel mindere mate gelden voor bedrijven, waar (zooals b.v. bij het Rijkspersoneel) een vakorganisatie van de werkelijk neutrale richting (d. w. z. los van klassenstrijddogma's) reeds een overheerschende positie heeft gekregen.

s) De betreffende bepaling was art. 85 lid 2 luidende: De contractanten ter andere zijde verbinden zich, tijdens den duur dezer overeenkomst, geen