is toegevoegd aan je favorieten.

Gewetensvrijheid ook inzake krijgsdienst

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1

Vooral van belang dunkt het ons, dat ook prof. Kohnstamm die bij de vrijzinnig democraten een plaats van beteekenis inneemt, als zijn meening heeft uitgesproken, dat het op den weg ligt van den Vrijzinnig Oemocratischen Bond om het tot stand komen van een regeling in deze te bevorderen. Doch dan zóó, dat men, opkomende voor gewetensvrijheid, ook zelfs niet den schijn aanneme, alsof men de principiëele dienstweigering als zoodanig wilde bevorderen of beschermen. Prof Kohnstamm meent, dat de stukken, die van ons Comité uitgaan, de artikelen tot steun der actie geschreven, ja, het petitionnement zelf waarvoor handteekeningen worden gezocht, duidelijk de kenteekenen dragen, van te zijn opgesteld door voorstanders der dienstweigering. ') r

>Nu zijn deze feiten zeer verklaarbaar; uit den aard der zaak «zullen zij, die in dienstweigering een heiligen plicht zien, eerder «geneigd zijn met kracht op- te komen voor de vrijheid ertoe, dan >wie er, gelijk de schrijver dezer regelen slechts een betreurens«waardige en verderfelijke dwaling in kan zien. En men mag dan «ook den voorstanders der dienstweigering onder de leden van «het comité voor Conscientievrijheid den lof niet onthouden, dat »zij door hun krachtigen aandrang er het meest toe bijgedragen «hebben dat anderen aandacht aan het probleem zijn gaan schenken. «Anderzijds echter kan niet ontkend worden, dat zij in veler oog «de zaak der gewetensvrijheid hebben gecompromitteerd. Geen «zaak toch, en allerminst een waarvoor men de aandacht van «breede volkskringen vraagt, kan geheel losgemaakt worden van «de argumenten waarmede, en de wijze waarop ze wordt verdedigd. «En zeker kan een politieke partij, tot wier taak als opvoedster «der publieke opinie het bovenal behoort, haar standpunt klaar en «duidelijk, zooveel mogelijk voor ieder begrijpelijk te formuleeren, «niet de verdediging onzer onafhankelijkheid en de versterking «onzer weerkracht door een volksleger voorstaan, en te gelijk «deelnemen aan een actie, die zoo al niet in beginsel, dan toch «door haar wijze van optreden zich richt tegen alle landsver«dediging.t a)

. ') Zou dit niet min of meer een vooroordeel zijn? In het Comité hebben zoowel voor- als tegenstanders der nationale weerbaarheid zitting. Steeds trachtte men naar zoo objectief-mogelijke formuleeringen, welke eerst, na goedkeuring door de vertegenwoordigers der verschillende richtingen, werden gepubliceerd. Prof. Kohnstamm schijnt echter nauwere samenwerking in dezen voornamelijk slechts gewenscht te achten met hen, die zich, wat hun eigen opvattingen aangaat, tegen dienstweigering verklaren. Gelijk uit het volgende blijken zal.

') Deze voorstelling van zaken is niet geheel juist. En hoe meer voorstanders der nationale weerbaarheid zich bij onze Actie hadden aangesloten, des te minder