Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat in verreweg de meeste gevallen het initiatief uitgaat van den Koning. De wet wordt ontworpen aan het departement, waar zij thuis hoort. Het ontwerp komt eerst in den Ministerraad (zie art. 1 R. v. O. Ministerraad) en daarvandaan gaat het weer terug naar' het betrokken ministerie. Vervolgens gaat het naar den Raad van State (zie art. 75 grondwet) en wel naar die afdeeling, welke bij he* departement behoort (zie. wet R. v. S. artt. 29 e. v.). Deze afdeeling brengt advies uit aan den geheelen Raad, die op zijn beurt weer adviseert aan den Koning *). De minister zendt het ontwerp vervolgens, na er al of niet wijzigingen in te hebben aangebracht, met een door hem geteekende Memorie van Toelichting [naar het Kabinet des Konings. Vandaar gaat het, vergezeld van die Memorie, naar de Tweede Kamer öf bij een Koninklijke boodschap óf door eene commissie (art. 110 g.w.). De Kon. boodschap is sinds 1840 een vast formulier en wordt door den Koning alleen geteekend.

Nu moet het ontwerp alzoo in de Tweede Kamer behandeld worden.

De Kamer is verdeeld in 5 afdeelingen, 4 tellende 20, en 1 tellende 19 leden, daar de voorzitter der Kamer geen lid is van een der afdeelingen. Zij. worden bij loting samengesteld en om de 2 maanden op gelijke wijze verr nieuwd (art. 15 R. v. O.). Iedere afdeeling benoemt uit haar midden een voorzitter en een secretaris, rapporteur genaamd. De voorzitters der afdeelingen vormen met den

') Feitelijk zou thans moeten worden gesproken van Koningin. Met Koning of Koningin wordt bedoeld de drager of draagster van het Koninklijk gezag. In overeenstemming met de terminologie der Grondwet is echter telkens het woord Koning gebruikt; men zie in dit verband art. 72 met toelichting.

Sluiten